3.8.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 226/9
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Sozialgerichtshof Leipzig (Duitsland) op 19 juni 2013 — Elisabeta Dano, Florin Dano/Jobcenter Leipzig
(Zaak C-333/13)
(2013/C 226/18)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Sozialgerichtshof Leipzig
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Elisabeta Dano, Florin Dano
Verwerende partij: Jobcenter Leipzig
Prejudiciële vragen
1)
Vallen personen die geen aanspraak maken op socialezekerheidsuitkeringen of gezinsbijslagen in de zin van artikel 3, lid 1, van verordening nr. 883/2004 (1), maar op bijzondere, niet op bijdragebetaling berustende prestaties in de zin van de artikelen 3, lid 3, en 70 van deze verordening, onder de personele werkingssfeer van artikel 4 van de verordening?
2)
Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, verzet artikel 4 van verordening nr. 883/2004 zich ertegen dat lidstaten, om te vermijden dat onredelijk beroep wordt gedaan op bijzondere, niet op bijdragebetaling berustende prestaties in de zin van artikel 70 van deze verordening die bestaanszekerheid bieden, behoeftige burgers van de Unie geheel of gedeeltelijk uitsluiten van dergelijke prestaties, die aan eigen staatsburgers in dezelfde situatie wel worden toegekend?
3)
Indien de eerste of de tweede vraag ontkennend worden beantwoord, is het de lidstaten ingevolge a) artikel 18 VWEU en/of b) artikel 20, lid 2, tweede volzin, sub a, VWEU juncto artikel 20, lid 2, derde volzin, VWEU en artikel 24, lid 2, van richtlijn 2004/38 (2) verboden om, teneinde te vermijden dat onredelijk beroep wordt gedaan op bijzondere, niet op bijdragebetaling berustende prestaties in de zin van artikel 70 van verordening nr. 883/2004 die bestaanszekerheid bieden, behoeftige burgers van de Unie geheel of gedeeltelijk uit te sluiten van dergelijke prestaties, die aan eigen staatsburgers in dezelfde situatie wel worden toegekend?
4)
Indien volgens het antwoord op bovenstaande vragen gedeeltelijke uitsluiting van prestaties die bestaanszekerheid bieden verenigbaar is met het Unierecht, mag de toekenning van bijzondere, niet op bijdragebetaling berustende prestaties die bestaanszekerheid bieden, voor burgers van de Unie, behalve in acute noodgevallen, worden beperkt tot de toekenning van de voor de terugkeer naar het land van herkomst vereiste middelen, of vereisen de artikelen 1, 20 en 51 van het Handvest van de grondrechten ruimere prestaties, die een duurzaam verblijf mogelijk maken?
(1) Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, PB L 166, blz. 1.
(2) Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG, PB L 158, blz. 77.
Full & Egal Universal Law Academy