7.9.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 260/23
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof (Duitsland) op 19 juni 2013 — Nordex Food A/S/Hauptzollamt Hamburg-Jonas
(Zaak C-334/13)
2013/C 260/41
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesfinanzhof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Nordex Food A/S
Verwerende partij: Hauptzollamt Hamburg-Jonas
Prejudiciële vragen
1)
Dient bij de beslissing over de toekenning van restituties bij uitvoer te worden verondersteld dat er sprake is geweest van reguliere overlegging van een uitvoercertificaat zoals bepaald in artikel 4, lid 1, van verordening (EG) nr. 800/1999 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (1), indien het douanekantoor van uitvoer de aangifte ten uitvoer zonder overlegging van het certificaat heeft aanvaard, daarbij toestemming heeft verleend aan de exporteur om het certificaat binnen een bepaalde termijn alsnog over te leggen en deze hieraan heeft voldaan?
2)
Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord: schrijft artikel 4, lid 1, van verordening (EG) nr. 800/1999 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten dwingend voor dat het uitvoercertificaat reeds bij de aangifte ten uitvoer wordt overgelegd, of is het voldoende wanneer de exporteur een (voorafgaand aan de uitvoer aan hem verstrekt) uitvoercertificaat pas in de betalingsprocedure overlegt?
3)
Kan de exporteur die in eerste instantie vervalste douanedocumenten voor de aankomst ter bestemming van de uitgevoerde goederen heeft overgelegd, nog na afloop van de in verordening (EG) nr. 800/1999 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten bepaalde termijnen geldige douanedocumenten overleggen teneinde zijn rechten te bewaren, wanneer de te late overlegging de afwikkeling van de betalingsprocedure niet heeft vertraagd of belemmerd omdat de restitutieaanvraag in eerste instantie is afgewezen op andere gronden dan het verzuim van overlegging van dergelijke bewijzen van aankomst in het land van bestemming, en deze bewijzen pas zijn overgelegd nadat de vervalsing van deze documenten was geconstateerd?
4)
Dient een sanctie zoals bedoeld in artikel 51 van verordening (EG) nr. 800/1999 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten ook dan te worden opgelegd, wanneer de gevraagde restitutie bij uitvoer weliswaar gelijk is aan de daadwerkelijk toe te kennen restitutie, maar de exporteur in de betalingsprocedure in eerste instantie documenten had overgelegd op grond waarvan hem geen restitutie bij uitvoer had kunnen worden toegekend?
(1) Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie van 15 april 1999 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (PB L 102, blz. 11).
Full & Egal Universal Law Academy