9.11.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 325/8
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesgerichtshof (Duitsland) op 27 juni 2013 — Strafzaak tegen Markus D.
(Zaak C-358/13)
2013/C 325/13
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesgerichtshof
Partijen in de strafzaak
Markus D.
Prejudiciële vraag
Moet artikel 1, punt 2, sub b, van richtlijn 2001/83/EG van 6 november 2001 (1), zoals gewijzigd bij richtlijn 2004/27/EG van 31 maart 2004 (2), aldus worden uitgelegd dat enkelvoudige of samengestelde substanties in de zin van deze bepaling die de fysiologische functies van de mens enkel wijzigen — en dus niet herstellen of verbeteren —, enkel dan kunnen worden geacht een geneesmiddel te zijn indien zij therapeutisch nuttig zijn of in ieder geval een positieve invloed hebben op de lichaamsfuncties? Vallen bijgevolg enkelvoudige of samengestelde substanties die louter wegens hun — roesopwekkende — psychoactieve werking worden geconsumeerd en daarbij stellig de gezondheid in gevaar brengen, niet onder het in de richtlijn bedoelde begrip geneesmiddel?
(1) Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik, PB L 311, blz. 67.
(2) Richtlijn 2004/27/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot wijziging van richtlijn 2001/83/EG, PB L 136, blz. 34.
Full & Egal Universal Law Academy