7.9.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 260/31
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Rechtbank Oost-Brabant 's-Hertogenbosch (Nederland) op 1 juli 2013 — Strafzaken tegen N.F. Gielen e.a.
(Zaak C-369/13)
2013/C 260/57
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Rechtbank Oost-Brabant 's-Hertogenbosch
Partijen in het hoofdgeding
N.F. Gielen, M.M.J. Geerings, F.A.C. Pruijmboom, A.A. Pruijmboom
Prejudiciële vragen
1a)
Kan de chemische stof alfa-phenylacetoacetonitril (CAS nummer 4468-48-8, verder aan te duiden als APAAN) worden gelijkgesteld met de geregistreerde stof l-fenyl-2-propanon (CAS-nummer 103-79-7, verder aan te duiden als BMK)? Met name vraagt de rechtbank aan te geven of de Nederlandse aanduiding „bevatten”, resp. de Engelse begrippen „containing” en Franse „contenant” zo moeten worden uitgelegd dat de stof BMK als zodanig reeds aanwezig dient te zijn in de stof APAAN.
Indien vraag 1a. ontkennend wordt beantwoord wil de rechtbank onder 1. de navolgende, aanvullende, vragen aan het Hof voorleggen:
1b)
Moet APAAN wel of niet gezien worden als (een) „stoffen (…), die zodanig zijn vermengd dat genoemde stoffen niet gemakkelijk of met economisch rendabele middelen kunnen worden gebruikt of geëxtraheerd” en „substance that is compounded in such a way that it cannot be easily used or extracted by readily applicable or economically viable means” en „une autre préparation contenant un au plus de substances classifiées qui sont composées de manière telle que ces substances ne peuvent pas être facilement utilisées, ni extraites par des moyens aisés à mettre en oeuvre ou économiquement viables”? Uit de bijlage 3 blijkt het volgens de politie te gaan om een betrekkelijk overzichtelijk, wellicht zelfs eenvoudig, omzettingsproces.
1c)
Is het bij de beantwoording van vraag 1b., meer in het bijzonder: het onderdeel „economische rendabele middelen/economically viable means/économiquement viable”, van belang dat met de omzetting van APAAN naar BMK klaarblijkelijk — zij het op illegale wijze — zeer aanzienlijk geldbedragen (kunnen) worden verdiend, wanneer verdere verwerking van APAAN naar BMK en/of amfetamine slaagt en/of bij de (illegale) handel van het uit APAAN verkregen BMK?
2)
Het begrip „marktdeelnemer” wordt omschreven in artikel 2, onder d, van verordening 273/2004 (1) en in artikel 2, onder f, van verordening 111/2005 (2). Bij de beantwoording van de volgende vraag verzoekt de rechtbank er van uit te gaan dat er sprake is van een geregistreerde stof in de zin van artikel 2, onder a. of daarmee gelijk gestelde stof in de zin van „bijlage 1 geregistreerde stoffen in de zin van artikel 2, onder a)” van de verordeningen. Dient onder dit begrip „marktdeelnemer” tevens een natuurlijk persoon worden verstaan die, al dan niet samen met (een) andere rechtsperso(o)n(en) en/of natuurlijke perso(o)n(en), een geregistreerde stof (opzettelijk) zonder vergunning voorhanden heeft, zonder verder bijkomende verdachte omstandigheden?
(1) Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren
PB L 47, blz. 1
(2) Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad 22 december 2004 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren
PB 2005 L 11, blz. 1
Full & Egal Universal Law Academy