7.9.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 260/31
Beroep ingesteld op 2 juli 2013 — Europese Commissie/Helleense Republiek
(Zaak C-378/13)
2013/C 260/58
Procestaal: Grieks
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: M. Patakia en A. Alcover San Pedro)
Verwerende partij: Helleense Republiek
Conclusies
—
vaststellen dat de Helleense Republiek de krachtens artikel 260, lid 1, VWEU op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen doordat zij niet alle maatregelen heeft getroffen die nodig zijn ter uitvoering van het arrest van het Hof van 6 oktober 2005 in zaak C-502/03, Commissie/Helleense Republiek;
—
de Helleense Republiek veroordelen tot betaling aan de Commissie van een dwangsom van 71 193,60 EUR per dag vertraging waarmee het arrest in zaak C-502/03 wordt uitgevoerd, vanaf de datum waarop arrest in de onderhavige zaak wordt gewezen tot op de dag dat het arrest in zaak C-502/03 zal zijn uitgevoerd;
—
de Helleense Republiek veroordelen tot betaling aan de Commissie van een forfaitaire som van 7 786,80 EUR per dag, vanaf de dag waarop het arrest in zaak C-502/03 is gewezen tot op de dag waarop arrest in de onderhavige zaak wordt gewezen, dan wel tot op de dag waarop het arrest in zaak C-502/03 zal zijn uitgevoerd, indien die uitvoering eerder plaatsvindt;
—
de Helleense Republiek verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
1)
In zijn arrest van 6 oktober 2005 in zaak C-502/03, Commissie/Helleense Republiek, heeft het Hof geoordeeld:
„1)
Door niet alle maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn ter verzekering van de naleving van de artikelen 4, 8 en 9 van richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/156/EEG van de Raad van 18 maart 1991, is de Helleense Republiek de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2)
De Helleense Republiek wordt verwezen in de kosten.”
2)
Artikel 260, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bepaalt dat indien het Hof van Justitie van de Europese Unie vaststelt dat een lidstaat een der krachtens de Verdragen op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen, deze staat gehouden is die maatregelen te nemen welke nodig zijn ter uitvoering van het arrest van het Hof.
3)
In overeenstemming met het bepaalde in artikel 260 VWEU inzake de precontentieuze procedure heeft de Commissie de Helleense Republiek een aanmaningsbrief en een aanvullende aanmaningsbrief gestuurd, waarin zij die Staat uitnodigde opmerkingen in te dienen over de stand van zaken met betrekking tot de ter uitvoering van voormeld arrest te treffen maatregelen.
4)
Na beoordeling van de antwoorden van de Helleense Republiek op die brieven, en meer in het bijzonder van de acht door die Staat overgelegde voortgangsrapporten, heeft de Commissie vastgesteld dat de Helleense Republiek meer dan zeven jaar nadat het voormelde arrest is gewezen, nog niet alle maatregelen heeft genomen die nodig zijn ter uitvoering van het arrest van het Hof van 6 oktober 2005 in zaak C-502/03, en heeft zij besloten de zaak overeenkomstig artikel 260, lid 2, VWEU voor het Hof te brengen.
Full & Egal Universal Law Academy