7.9.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 260/36
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de lo Social nr. 33 te Barcelona (Spanje) op 9 juli 2013 — Andrés Rabal Cañas/Nexea Gestión Documental, S.A., Fondo de Garantía Salarial
(Zaak C-392/13)
2013/C 260/65
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de lo Social nr. 33 te Barcelona
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Andrés Rabal Cañas
Verwerende partijen: Nexea Gestión Documental, S.A., Fondo de Garantía Salarial
Prejudiciële vragen
1)
Moet het begrip „collectief ontslag” in artikel 1, lid 1, sub a, van richtlijn 98/59 (1), dat van toepassing is op elk „ontslag door een werkgever om één of meer redenen die geen betrekking hebben op de persoon van de werknemer”, afhankelijk van de bepaalde numerieke drempel, aldus worden uitgelegd — in aanmerking genomen de communautaire reikwijdte van dat begrip — dat het verbiedt of zich ertegen verzet dat de nationale omzettingsbepaling de reikwijdte van de richtlijn beperkt tot slechts een bepaald type beëindigingen van de arbeidsovereenkomst, namelijk die wegens „economische, technische, organisatorische of met de productie verband houdende redenen”, zoals geformuleerd in artikel 51, lid 1, van het Werknemersstatuut?
2)
Moeten bij de berekening van het aantal ontslagen dat in aanmerking dient te worden genomen voor de beoordeling of er sprake is van „collectief ontslag” in de zin van artikel 1, lid 1, van richtlijn 98/59 — hetzij als „ontslag door een werkgever” (sub a), hetzij als „beëindiging van de arbeidsovereenkomst die uitgaat van de werkgever om één of meer redenen die geen betrekking hebben op de persoon van de werknemers, op voorwaarde dat het ontslag ten minste vijf werknemers treft” (sub b) — de individuele beëindigingen wegens het verstrijken van een tijdelijke overeenkomst (voor een overeengekomen tijd, werk of dienst) worden meegeteld zoals is bepaald in artikel 49, lid 1, sub c, van het Werknemersstatuut?
3)
Wordt het begrip „collectief ontslag in het kader van arbeidsovereenkomsten gesloten voor een bepaalde tijd of voor een bepaald werk” — gezien het feit dat richtlijn 98/59 volgens artikel 2, sub a, ervan niet op dat type overeenkomsten van toepassing is — uitsluitend door het strikt kwantitatieve criterium van artikel 1, lid 1, sub a, gedefinieerd of is bovendien vereist dat de grond voor het collectief ontslag in verband staat met eenzelfde kader van collectieve arbeidsovereenkomsten voor eenzelfde duur, dienst of werk?
4)
Laat het begrip „plaatselijke eenheden”, als „communautair begrip” dat essentieel is voor de definitie van hetgeen in de context van artikel 1, lid 1, van richtlijn 98/59 als „collectief ontslag” moet worden aangemerkt, en gegeven het feit dat artikel 5 bepaalt dat de richtlijn een minimumnorm is, een uitlegging toe volgens welke het geoorloofd is dat de nationale uitvoeringsregeling van de lidstaat — in Spanje artikel 51, lid 1, van het Werknemersstatuut — het kader voor de berekening van die numerieke drempel uitsluitend op de „onderneming” als geheel betrekt en daardoor die situaties uitsluit waarin, indien de „plaatselijke eenheid” als referentie-eenheid zou zijn genomen, de in die bepaling vastgestelde drempel zou zijn overschreden?
(1) Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag (PB L 225, blz. 16).
Full & Egal Universal Law Academy