21.9.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 274/11
Hogere voorziening ingesteld op 15 juli 2013 door Simone Gbagbo tegen het arrest van het Gerecht (Vijfde kamer) van 25 april 2013 in zaak T-119/11, Gbagbo/Raad
(Zaak C-397/13 P)
2013/C 274/19
Procestaal: Frans
Partijen
Rekwirante: Simone Gbagbo (vertegenwoordigers: J.-C. Tchikaya, advocaat)
Andere partijen in de procedure: Raad van de Europese Unie, Europese Commissie, Republiek Ivoorkust
Conclusies
—
de hogere voorziening van Simone Gbagbo ontvankelijk en gegrond verklaren;
—
het bestreden arrest vernietigen;
—
besluit 2011/18/GBVB van de Raad van 14 januari 2011 tot wijziging van besluit 2010/656/GBVB van de Raad (1) en verordening (EU) nr. 25/2011 van de Raad van 14 januari 2011 tot wijziging van verordening (EG) nr. 560/2005, besluit 2011/221 en verordening (EU) nr. 330/2011 van de Raad van 6 april 2011 tot instelling van beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten in verband met de situatie in Ivoorkust (2) nietig verklaren, voor zover zij verzoekster betreffen;
—
de Raad verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar hogere voorziening voert verzoekster twee middelen aan.
Ten eerste verwijt verzoekster aan het Gerecht dat het haar middel betreffende niet-nakoming van de motiveringsplicht heeft verworpen. Verzoekster verwijt het Gerecht namelijk, te hebben geoordeeld dat de Raad voldoende aanwijzingen had verstrekt, terwijl het bestreden besluit uitsluitend op de hoedanigheid van mevrouw Gbagbo als „voorzitster van de fractie FPI in het nationaal parlement” berust.
Ten tweede is verzoekster van mening dat het Gerecht de feiten kennelijk onjuist heeft beoordeeld. De feiten van belemmering van de weg naar vrede en verzoening en openlijk aanzetten tot haat en geweld zijn volgens haar materieel onjuist en niet door bewijzen gestaafd.
(1) PB L 11, blz. 36.
(2) PB L 11, blz. 10.
Full & Egal Universal Law Academy