19.10.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 304/5
Hogere voorziening ingesteld op 2 augustus 2013 door Erich Kastenholz tegen het arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 6 juni 2013 in zaak T-68/11, Erich Kastenholz/Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)
(Zaak C-435/13 P)
2013/C 304/10
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirant: Erich Kastenholz (vertegenwoordiger: L. Acker, Rechtsanwalt)
Andere partij in de procedure: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen), Qwatchme A/S
Conclusies
—
het bestreden arrest van het Gerecht vernietigen;
—
verzoekers beroep tot vernietiging van de bestreden beslissing toewijzen of, subsidiair, de zaak voor verdere afdoening terugverwijzen naar het Gerecht;
—
het Bureau voor harmonisatie verwijzen in verzoekers kosten in eerste aanleg en in hogere voorziening.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoeker voert drie middelen aan:
—
schending van artikel 5, lid 1, sub a, juncto artikel 5, lid 2, van verordening nr. 6/2002 (1)
Deze schending bestaat uit twee delen:
—
geen onderscheid tussen de criteria nieuwheid en eigen karakter;
—
ongeoorloofde inaanmerkingneming van de kleur van het model bij de beoordeling van de nieuwheid, omdat de aanvraag in zwart-wit is gebeurd.
—
schending van artikel 6, lid 1, sub b, juncto lid 2, van verordening nr. 6/2002
Deze schending bestaat uit drie delen:
—
geen uitwerking van overeenkomsten en verschillen tussen de conflicterende modellen;
—
geen afweging van de overeenstemmende en de verschillende vormgevingskenmerken;
—
geen motivering aangaande het eigen karakter van het litigieuze gemeenschapsmodel.
—
schending van artikel 25, lid 1, sub f, van verordening nr. 6/2002 en van de onderzoeksverplichting overeenkomstig artikel 63, lid 1, eerste en tweede volzin, van verordening nr. 6/2002
Deze schending bestaat uit de volgende vier delen:
—
ontoelaatbaar oordeel van het Gerecht dat geen rekening moet worden gehouden met een tijdens de administratieve procedure overgelegd deskundigenverslag;
—
geen behandeling van het deskundigenverslag en van de daarin vermelde feiten in de beslissingen van de kamer van beroep en van het Gerecht;
—
geen naar behoren gemotiveerde beslissingen van de kamer van beroep en van het Gerecht met betrekking tot de schending van het nationale auteursrecht, inzonderheid geen uitwerking van de reikwijdte van de nationale auteursrechtelijke bescherming;
—
onjuist oordeel van de kamer van beroep en van het Gerecht dat het aan verzoeker staat om de inhoud van de betrokken nationale auteursrechtelijke bescherming uiteen te zetten in het kader van artikel 25, lid 1, sub f, van verordening nr. 6/2002, en tegelijk miskenning van de reikwijdte van de ambtsplichten van de kamer van beroep en van het Bureau voor harmonisatie wat de ambtshalve onderzoeksverplichting, in feite en in rechte, overeenkomstig artikel 63, lid 1, eerste en tweede volzin, van verordening nr. 6/2002 betreft.
(1) Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende gemeenschapsmodellen (PB 2002 L 3, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy