19.10.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 304/7
Hogere voorziening ingesteld op 6 augustus 2013 door Riccardo Nencini tegen het arrest van het Gerecht (Derde kamer kamer) van 4 juni 2013 in zaak T-431/10, Nancini/Europees Parlement
(Zaak C-447/13 P)
2013/C 304/13
Procestaal: Italiaans
Partijen
Rekwirant: Ricardo Nancini (vertegenwoordiger: M. Chiti)
Andere partij in de procedure: Europees Parlement
Conclusies
—
Nietig verklaren — nadat indien nodig de ongeldigheid/onrechtmatigheid is vastgesteld van artikel 85 van verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 (1) van de Commissie van 23 december 2002 en van artikel 73 bis van verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (2) van de Raad van 25 juni 2002 — het arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 4 juni 2013 in de gevoegde zaken T-431/10 en T-560/10, Nencini tegen Europees Parlement, en overeenkomstig de voor het Gerecht van de Europese Unie aangevoerde middelen de in eerste aanleg aangevochten handelingen onrechtmatig verklaren;
—
Subsidiair, in de — bestreden — veronderstelling dat de veroordeling van Nencini tot terugbetaling van de litigieuze bedragen wordt bevestigd, de betrokken bedragen — na vernietiging van het bestreden arrest — naar billijkheid opnieuw te bepalen, zo niet het dossier naar het secretariaat-generaal van het Parlement te zenden voor een billijke nieuwe vaststelling van die bedragen;
—
Het bestreden arrest nietig verklaren op het onderdeel van de kosten en in zaak T-431/10 het Parlement veroordelen in de kosten en in zaak T-560/10 het Parlement veroordelen in de kosten althans de kosten te compenseren;
—
Hoe dan ook, het Europees Parlement te veroordelen in de kosten in de onderhavige procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
In de eerste plaats beroept rekwirant zich op de regels inzake verjaring en op de beginselen van rechtszekerheid, doeltreffendheid en redelijkheid. Het Gerecht heeft de verzoeken van rekwirant afgewezen met de overweging dat de verjaringstermijn is ingegaan bij de betekening van het besluit tot terugvordering en inhouding, dat wil zeggen elf jaar na de beëindiging van de werkzaamheden van rekwirant als parlementslid.
In de tweede plaats beroept rekwirant zich op schending van de beginselen van hoor en wederhoor en van doeltreffende bescherming op grond dat de gegevens waarop de beslissing steunt ten dele verschillen van de gegevens die in een eerder stadium waren bestreden.
In de derde plaats wordt onjuiste toepassing van de kosten- en vergoedingsregeling voor de leden van het Europees Parlement ingeroepen, zowel voor wat betreft de bestreden bedragen aan reiskostenvergoeding als met betrekking tot de bestreden bedragen aan secretariaatsvergoeding. Inzonderheid is het begrip „woonplaats” onjuist uitgelegd, dat niet kan samenvallen met het begrip formele „verblijfsplaats”. Voorts is vanuit meerdere oogpunten geen sprake van onrechtmatigheid en is het tegenstrijdig wanneer het ontbreken van de namen van alle ontvangers van een secretariaatsvergoeding als een louter „formele onregelmatigheid” wordt beschouwd, maar tegelijkertijd wordt vastgesteld dat deze onregelmatigheid gelet op de onduidelijke regelgeving die destijds gold niet kan worden hersteld.
In de vierde plaats voert rekwirant aan dat bij de vaststelling van het terug te vorderen bedrag het evenredigheidsbeginsel is geschonden. Het is tegenstrijdig dat rekwirant tot betaling van het volle ontvangen bedrag is veroordeeld.
Tot slot voert rekwirant aan dat de beslissing omtrent de kosten onjuist is. De kosten die zijn gemaakt om op te komen tegen de eerste beslissing, die vervolgens is ingetrokken, zijn veroorzaakt door het onjuiste gedrag van de tegenpartij, die die onregelmatigheid overigens heeft erkend door — na de betekening van het eerste beroep — een nieuwe beslissing in de Italiaanse taal te geven.
(1) Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 357, blz. 1).
(2) Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 248, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy