9.11.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 325/17
Hogere voorziening ingesteld op 16 september 2013 door GRE Grand River Enterprises Deutschland GmbH tegen het arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 3 juli 2013 in zaak T-206/12, GRE Grand River Enterprises Deutschland GmbH/Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)
(Zaak C-495/13 P)
2013/C 325/29
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirante: GRE Grand River Enterprises Deutschland GmbH (vertegenwoordigers: I. Memmler en S. Schulz, Rechtsanwältinnen)
Andere partijen in de procedure: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen), Villiger Söhne GmbH
Conclusies
—
het arrest van het Gerecht van 3 juli 2013 in zaak T-206/12 en de beslissing van de eerste kamer van beroep van het BHIM van 1 maart 2012 in zaak R 0411/2011-1 vernietigen;
—
verweerder verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De onderhavige hogere voorziening is gericht tegen het arrest van het Gerecht waarbij rekwirantes beroep tot vernietiging van de beslissing van de eerste kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt van 1 maart 2012 inzake een oppositieprocedure tussen Villiger Söhne GmbH en GRE Grand River Enterprises Deutschland GmbH is verworpen.
Tot staving van haar hogere voorziening voert rekwirante één middel aan: onjuiste uitlegging en toepassing van artikel 8, lid 1, sub b, van verordening (EG) nr. 207/2009 (1).
Tot staving voert rekwirante het volgende aan:
Het Gerecht heeft het begrip „dezelfde waren” onjuist uitgelegd, aangezien het de waar „sigaren” heeft gelijkgesteld met de algemene benaming „tabakproduct”. Het Gerecht heeft daarmee de omvang van de bescherming van het oppositiemerk op een ongepaste wijze uitgebreid.
Het Gerecht heeft het begrip „soortgelijkheid van de waren” onjuist uitgelegd, aangezien het ook bij de beoordeling van de soortgelijkheid van de waren de waar „sigaren” niet globaal had mogen beschouwen als soortgelijk met de algemene benaming „artikelen voor rokers”.
Bij de vergelijking van de tekens heeft het Gerecht de leer van de globale beoordeling niet correct toegepast, aangezien het de elementen „LIBERTAD” en „LIBERTE” globaal heeft vergeleken en daarbij alle andere elementen van de merken buiten beschouwing heeft gelaten.
Inzonderheid had het Gerecht bij een correcte toepassing van de leer van de globale beoordeling meer belang moeten hechten aan enkele andere elementen van de conflicterende merken, onder meer de kleurcombinatie van het betwiste merk en de aanduiding „LA” van het oppositiemerk.
Ook heeft het Gerecht de door het Hof van Justitie geformuleerde beginselen inzake de begripsmatige overeenstemming onjuist toegepast, aangezien het onvoldoende rekening heeft gehouden met de verschillende talen van de merken.
Globaal genomen is het Gerecht dus tot een onjuiste uitspraak gekomen.
(1) Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het gemeenschapsmerk (PB L 78, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy