18.1.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 15/7
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Stockholms tingsrätt (Zweden) op 21 oktober 2013 — Abcur AB/Apoteket AB en Apoteket Farmaci AB
(Zaak C-545/13)
2014/C 15/09
Procestaal: Zweeds
Verwijzende rechter
Stockholms tingsrätt
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Abcur AB
Verwerende partijen: Apoteket AB en Apoteket Farmaci AB
Prejudiciële vragen
1.
Kan een receptgeneesmiddel voor menselijk gebruik, dat is bereid en geleverd in de omstandigheden van het bij het Stockholms tingsrätt (Hof te Stockholm) aanhangige geding, waarvoor geen vergunning is verleend door de bevoegde instantie van een lidstaat of krachtens verordening (EEG) nr. 2309/93 (1) van de Raad van 22 juli 1993 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling, worden beschouwd als een geneesmiddel in de zin van artikel 3, lid 1, of artikel 3, lid 2, van richtlijn 2001/83/EG (2) van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik, in het bijzonder wanneer er een ander goedgekeurd geneesmiddel met dezelfde werkzame stof, dezelfde dosis en dezelfde vorm is?
2.
Indien een receptgeneesmiddel voor menselijk gebruik, dat is bereid en geleverd in de omstandigheden van het bij het Stockholms tingsrätt aanhangige geding onder richtlijn 2001/83 valt, kan richtlijn 2005/29/EG (3) van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt, parallel met richtlijn 2001/83 dan van toepassing zijn op de bedoelde reclame?
3.
Indien een receptgeneesmiddel voor menselijk gebruik, dat is bereid en geleverd in de omstandigheden van het bij het Stockholms tingsrätt aanhangige geding onder artikel 3, lid 1, artikel 3, lid 2, of artikel 5, lid 1, van richtlijn 2001/83 valt, kan de wetgeving inzake reclame voor geneesmiddelen dan worden beschouwd als niet-geharmoniseerd of vormt het in casu bedoelde soort maatregelen reclame in de zin van (i) richtlijn 2006/114/EG (4) van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame en/of (ii) richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt?
4.
Indien richtlijn 2006/114 van toepassing is overeenkomstig vraag 3, op grond van welke basisvoorwaarden vormen de door het Stockholms tingsrätt te onderzoeken maatregelen [gebruik of aanbrengen van een productnaam, productnummer en ATC-code voor het geneesmiddel, toepassing van een vaste prijs voor het geneesmiddel, informatieverstrekking over het geneesmiddel in het Nationaal Productregister voor Geneesmiddelen (NPL), aanbrengen van een NPL-identiteit op het geneesmiddel, verspreiding van een informatiedocument over het geneesmiddel en informatie daarover via een elektronische besteldienst aan de gezondheidszorg en via een eigen site, informatieverstrekking over het geneesmiddel via een door een nationale brancheorganisatie uitgegeven publicatie, informatieverstrekking over het geneesmiddel in het centrale productregister van Apoteket en een daarmee verbonden register (JACA), informatieverstrekking over het geneesmiddel in een ander nationaal gegevensbestand over geneesmiddelen (SIL), informatieverstrekking over het geneesmiddel via het terminalsysteem (ATS-terminal) van Apoteket of soortgelijk verstrekkingssysteem, informatieverstrekking over het eigen geneesmiddel of over het geneesmiddel van een concurrerende leverancier in correspondentie met artsen en patiëntenorganisaties, marketing van het geneesmiddel, maatregelen betreffende de farmaceutische controles op het geneesmiddel en op concurrerende geneesmiddelen, verzuim om kennis te geven van gedocumenteerde en relevante verschillen tussen de producten, verzuim om kennis te geven van de samenstelling van het eigen geneesmiddel alsook van de beoordeling van het geneesmiddel door het Läkemedelsverk (Zweedse dienst voor geneesmiddelen), verzuim om de dienst gezondheidszorg kennis te geven van de beoordeling van concurrerende producten door de wetenschappelijke adviesraad van het Läkemedelsverk, om een vast prijsniveau voor het geneesmiddel toe te passen, om een geldigheidsduur van drie (3) maanden voor een voorschrift aan te geven, om het geneesmiddel te verstrekken vanaf een apotheek in plaats van een concurrerend geneesmiddel, hoewel de patiënt een voorschrift heeft voor het concurrerende product en de overgang van gestandaardiseerde bereidingen naar dat concurrerende geneesmiddel op de markt te bemoeilijken en te hinderen, met inbegrip van de weigering van een lokale apotheek om het concurrerende geneesmiddel te leveren, en van toepassing van een vaste prijs in het kader van de vergoeding van het geneesmiddel zonder voorafgaande beslissing van de nationale autoriteit] dan reclame in de zin van richtlijn 2006/114?
(1) Verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad van 22 juli 1993 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling (PB L 214, blz. 1).
(2) Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik, in het bijzonder de artikelen 3, lid 1, 3, lid 2, en 5, lid 1 (PB L 311, blz. 67).
(3) Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 („richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) (PB L 149, blz. 22).
(4) Richtlijn 2006/114/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame (PB L 376, blz. 21).
Full & Egal Universal Law Academy