25.1.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 24/12
Hogere voorziening ingesteld op 22 november 2013 door Galp Energia España, SA, Petróleos de Portugal (Petrogal), SA, Galp Energia, SGPS, SA tegen het arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 16 september 2013 in zaak T-462/07, Galp Energia España, SA, Petróleos de Portugal (Petrogal), SA, Galp Energia, SGPS, SA/Europese Commissie
(Zaak C-603/13 P)
2014/C 24/23
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: Galp Energia España, SA, Petróleos de Portugal (Petrogal), SA, Galp Energia, SGPS, SA (vertegenwoordiger: M. Slotboom, advocaat)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
—
het arrest conform de in deze hogere voorziening aangevoerde middelen vernietigen, en/of de artikelen 1, 2 en 3 van de beschikking nietig verklaren voor zover deze betrekking heeft op rekwirantes, en/of artikel 2 van de beschikking nietig verklaren voor zover daarbij aan rekwirantes een boete is opgelegd, of de bij artikel 2 van de beschikking aan rekwirantes opgelegde boete te verminderen,
—
het arrest vernietigen en de zaak terugverwijzen naar het Gerecht voor afdoening ten gronde, met inachtneming van de eventuele aanwijzingen van het Hof;
—
de Commissie verwijzen in de kosten van deze procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirante stelt dat het bestreden arrest om de volgende redenen moet worden vernietigd:
Het Gerecht heeft artikel 81, lid 1, EG onjuist toegepast, bewijsmateriaal verkeerd opgevat, procedureregels met betrekking tot de beoordeling van bewijsmateriaal niet nageleefd en het door artikel 48 van het Handvest van de grondrechten gewaarborgde algemene beginsel van het vermoeden van onschuld miskend, door te oordelen dat de Commissie niet op onrechtmatige wijze heeft vastgesteld dat partijen „tot 2002” hebben deelgenomen aan prijscoördinatie. Bovendien heeft het Gerecht verzuimd zijn oordeel voldoende te motiveren.
Het Gerecht heeft artikel 81, lid 1, EG onjuist toegepast, bewijsmateriaal verkeerd opgevat, procedureregels met betrekking tot de beoordeling van bewijsmateriaal niet nageleefd, en het beginsel „ne ultra petita”, het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging (het recht om te worden gehoord) geschonden, door te oordelen dat partijen verantwoordelijk kunnen worden gehouden met betrekking tot het toezichtmechanisme en het compensatiemechanisme en dat er derhalve geen noodzaak is om het uitgangsbedrag van de geldboete te variëren.
Het Gerecht heeft het fundamentele recht van partijen geschonden om binnen een redelijke termijn te worden gehoord.
Full & Egal Universal Law Academy