1.2.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 31/5
Hogere voorziening ingesteld op 26 november 2013 door het Koninkrijk der Nederlanden tegen het arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 16 september 2013 in zaak T-343/11, Nederland/Commissie
(Zaak C-610/13 P)
2014/C 31/07
Procestaal: Nederlands
Partijen
Rekwirant: Koninkrijk der Nederlanden (vertegenwoordigers: M.K. Bulterman, M.A.M. de Ree, gemachtigden)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
Rekwirant verzoekt het Hof
—
het arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 16 september 2013 in de zaak T-343/11 te vernietigen;
—
voor zover de zaak in staat van wijzen is, de zaak af te doen door Besluit 2011/244/EU (1) te vernietigen;
—
indien de zaak niet in staat van wijzen is, de zaak voor afdoening te verwijzen naar het Gerecht;
—
de Commissie te verwijzen in de kosten, met inbegrip van de kosten van de procedure voor het Gerecht.
Middelen en voornaamste argumenten
—
Middel 1 : onjuiste uitleg van artikel 8 van verordening 1433/2003 (2) gelezen in samenhang met bijlage I, punten 8 en 9 en bijlage II, punt 1 van die verordening door uitgaven voor het bedrukken van verpakkingen aan te merken als verpakkingskosten en dientengevolge niet-subsidiabel te achten.
—
Middel 2 : onjuiste uitleg van artikel 8 van verordening 1433/2003 gelezen in samenhang met punten 8 en 9 van bijlage I bij verordening 1433/2003 door een onjuiste maatstaf te hanteren voor de vereisten die gelden voor de omschrijving van promotionele acties in een operationeel programma.
—
Middel 3 : onjuiste toepassing van artikel 7 van verordening 1258/1999 (3) en artikel 31 van Verordening 1290/2005 (4) door de Commissie een verlichte bewijslast toe te kennen.
—
Middel 4 : onjuiste uitleg van artikel 6 van verordening 1432/2003 (5) gelezen in samenhang met artikel 11 van verordening 2200/96 (6) door te oordelen dat de telersvereniging de verkoop door gedetacheerd personeel niet zou kunnen aansturen.
—
Middel 5 : onjuiste uitleg van artikel 21 van verordening 1432/2003 door te oordelen dat de intrekking van de erkenning van telersvereniging FresQ noodzakelijk was.
—
Middel 6 : onjuiste toepassing van artikel 7, lid 4, van verordening 1258/1999, artikel 31 van verordening 1290/2005 en van het evenredigheidsbeginsel, in samenhang gelezen met artikel 21 van verordening 1432/2003, door alle uitgaven van de telersvereniging FresQ aan financiering te onttrekken.
(1) Besluit van 15 april 2011 houdende onttrekking aan EU-financiering van bepaalde uitgaven die de lidstaten in het kader van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL), afdeling Garantie, in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) of in het kader van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO), hebben verricht (PB L 102, blz. 33).
(2) Verordening (EG) nr. 1433/2003 van de Commissie van 11 augustus 2003 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad voor wat de actiefondsen, de operationele programma's en de toekenning van financiële steun betreft (PB L 203, blz. 25).
(3) Verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad van 17 mei 1999 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 160, blz. 103).
(4) Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 209, blz. 1).
(5) Verordening (EG) nr. 1432/2003 van de Commissie van 11 augustus 2003 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad met betrekking tot de erkenning van telersverenigingen en de voorlopige erkenning van telersgroepen (PB L 203, blz. 18).
(6) Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (PB L 297, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy