8.3.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 71/5
Hogere voorziening ingesteld op 26 november 2013 door ClientEarth tegen het arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 13 september 2013 in zaak T-111/11, ClientEarth/Commissie
(Zaak C-612/13 P)
2014/C 71/08
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: ClientEarth (vertegenwoordiger: P. Kirch, avocat)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
Rekwirante verzoekt het Hof om:
—
het arrest van het Gerecht van 13 september 2013 in zaak T-111/11 te vernietigen;
—
de Commissie te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar hogere voorziening voert rekwirante drie middelen aan:
1)
Eerste middel in hogere voorziening: het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting met zijn uitlegging van de begrippen „onderzoek” en „ondermijning van de bescherming van […] het doel van […] onderzoeken” zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, derde streepje, van verordening nr. 1049/2001 (1).
Het Gerecht heeft ten onrechte geoordeeld dat „de litigieuze studies passen in het kader van een onderzoek van de Commissie in de zin van artikel 4, lid 2, derde streepje, van verordening nr. 1049/2001”.
Het eerste onderdeel van dit middel betreft de onjuiste uitlegging door het Gerecht van het begrip „onderzoek”.
Tweede onderdeel: zelfs indien sprake zou zijn van een onderzoek, heeft het Gerecht blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door het begrip „ondermijning” verkeerd uit te leggen. Het Gerecht heeft het begrip openbaarmaking verbonden met het begrip ondermijning, zonder concreet aan te tonen hoe een openbaarmaking het „doel” van onderzoeken precies had kunnen ondermijnen.
2)
Tweede middel in hogere voorziening: het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door schending van artikel 4, leden 1, 2 en 4, van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, gesloten te Aarhus, Denemarken, op 25 juni 1998 en goedgekeurd bij besluit 2005/370/EG van de Raad van 17 februari 2005 (2).
Dit middel bestaat uit vijf grieven. Ten eerste heeft het Gerecht niet de vereiste restrictieve uitlegging gegeven aan artikel 4, lid 4, sub c, van het Verdrag van Aarhus. Ten tweede heeft het Gerecht de betrokken maatregel ten onrechte niet getoetst aan het Verdrag van Aarhus. Ten derde heeft het Gerecht het Verdrag van Aarhus niet uitgelegd in overeenstemming met het internationale gewoonterecht. Ten vierde heeft het Gerecht de artikelen 4 en 4, lid 4, sub c, van het Verdrag van Aarhus ten onrechte directe werking ontzegd. Tot slot heeft het Gerecht blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door een afwijking van het Verdrag van Aarhus te aanvaarden op grond van de „bijzondere kenmerken” van de Europese Unie.
3)
Derde middel in hogere voorziening: het Gerecht heeft artikel 6, lid 1, van verordening nr. 1367/2006 (3) geschonden en artikel 4, leden 2 in fine en 3, van verordening nr. 1049/2001.
Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door zich enkel te baseren op verzoeksters argumenten om het bestaan van een hoger openbaar belang voor openbaarmaking af te wijzen. Die benadering is in strijd met de bepalingen van verordening nr. 1049/2001 en de relevante rechtspraak. De argumenten die een verzoekende partij hierover aanvoert, kunnen immers niet op zich de reden vormen om het bestaan van een hoger openbaar belang af te wijzen, aangezien de wettelijke bewijslast dienaangaande niet bij deze partij rust. Het is de betrokken instelling die de belangen die aan de orde zijn bij openbaarmaking tegen elkaar moet afwegen.
(1) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145, blz. 43).
(2) 2005/370/EG: Besluit van de Raad van 17 februari 2005 betreffende het sluiten, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (PB L 124, blz. 1).
(3) Verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen (PB L 264, blz. 13).
Full & Egal Universal Law Academy