25.1.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 24/14
Hogere voorziening ingesteld op 27 november 2013 door Masco Corp., Hansgrohe AG, Hansgrohe Deutschland Vertriebs GmbH, Hansgrohe Handelsgesellschaft mbH, Hansgrohe SA/NV, Hansgrohe BV, Hansgrohe SARL, Hansgrohe SRL, Hüppe GmbH, Hüppe Gesellschaft mbH, Hüppe Belgium SA (NV), Hüppe BV tegen het arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 16 september 2013 in zaak T-378/18, Masco Corp. e.a./Europese Commissie
(Zaak C-614/13 P)
2014/C 24/26
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirantes: Masco Corp., Hansgrohe AG, Hansgrohe Deutschland Vertriebs GmbH, Hansgrohe Handelsgesellschaft mbH, Hansgrohe SA/NV, Hansgrohe BV, Hansgrohe SARL, Hansgrohe SRL, Hüppe GmbH, Hüppe Ges. mbH, Hüppe Belgium SA (NV), Hüppe BV (vertegenwoordigers: D. Schroeder, Rechtsanwalt, S. Heinz, Rechtsanwältin, J. Temple Lang, Solicitor)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
Rekwirantes verzoeken het Hof:
—
het arrest van het Gerecht in zaak T-378/10 te vernietigen voor zover hun vordering tot nietigverklaring van artikel 1 van het besluit van de Commissie van 23 juni 2010 in zaak COMP/39.092 — Badkamersanitair daarbij is afgewezen voor zover in dat artikel was geconcludeerd dat zij hadden deelgenomen aan een voortdurende overeenkomst of een voortdurend onderling afgestemd feitelijk gedrag „in de sector badkamersanitair”;
—
het besluit van de Commissie van 23 juni 2010 in zaak COMP/39.092 — Badkamersanitair nietig te verklaren voor zover daarin is geconcludeerd dat zij hebben deelgenomen aan een voortdurende overeenkomst of een voortdurend onderling afgestemd feitelijk gedrag „in de sector badkamersanitair”:
—
de Commissie te verwijzen in de gerechtelijke en andere kosten en uitgaven die rekwirantes die in deze zaak zijn opgekomen; en
—
alle andere maatregelen te treffen die het Hof zal vermenen te behoren.
Middelen en voornaamste argumenten
De hogere voorziening bevat twee middelen.
Als eerste middel wordt aangevoerd dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door het bewijsmateriaal kennelijk onjuist op te vatten en de juridische maatstaf om uit te maken of rekwirantes hebben deelgenomen aan één enkele complexe inbreuk met betrekking tot keramische producten, onjuist toe te passen.
Als tweede middel wordt aangevoerd dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door zijn beslissing niet naar behoren te motiveren.
Full & Egal Universal Law Academy