8.3.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 71/6
Hogere voorziening ingesteld op 27 november 2013 door ClientEarth, Pesticide Action Network Europe (PAN Europe) tegen het arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 13 september 2013 in zaak T-214/11, ClientEarth, Pesticide Action Network Europe (PAN Europe)/Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA)
(Zaak C-615/13 P)
2014/C 71/09
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwiranten: ClientEarth, Pesticide Action Network Europe (PAN Europe) (vertegenwoordiger: P. Kirch, avocat)
Andere partijen in de procedure: Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, Europese Commissie
Conclusies
Rekwiranten verzoeken het Hof om:
—
het arrest van het Gerecht van 13 september 2013 in zaak T-214/11 te vernietigen;
—
EFSA te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun hogere voorziening voeren rekwiranten drie middelen aan.
1)
Eerste middel in hogere voorziening: onjuiste toepassing van het begrip „persoonsgegevens” in de zin van artikel 2 van verordening nr. 45/2001 (1).
Het Gerecht heeft ten onrechte de combinatie van namen en meningen als persoonsgegevens beschouwd. Het begrip „persoonsgegevens” heeft geen betrekking op meningen die worden geuit tijdens de deelname aan een hoorzitting waarop deskundigen — van wie de naam en andere persoonlijke gegevens openbaar zijn — wegens hun algemeen erkende deskundigheid zijn uitgenodigd.
2)
Tweede middel in hogere voorziening: onjuiste toepassing van artikel 4, lid 1, sub b, van verordening nr. 1049/2001 (2) en artikel 8, sub b, van verordening nr. 45/2001 wat betreft de werkingssfeer, de procedure en de inhoud ervan, in het bijzonder omdat geen rekening is gehouden met alle door die maatregelen beschermde belangen en daartussen geen afweging is gemaakt.
Het Gerecht heeft niet alle aspecten onderzocht van de toepasselijke bepalingen, te weten artikel 4, lid 1, sub b, van verordening nr. 1049/2001 en artikel 8, sub b, van verordening nr. 45/2001. Het heeft geen rekening gehouden met de verschillende belangen die door die maatregelen worden beschermd.
3)
Derde middel in hogere voorziening: schending van artikel 5 VEU, gezien de onevenredig zware bewijslast voor rekwiranten om aan te tonen dat de overdracht van informatie noodzakelijk is en wat de omvang van de beschermde rechtmatige belangen is.
(1) Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8, blz. 1).
(2) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145, blz. 43).
Full & Egal Universal Law Academy