1.3.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 61/3
Hogere voorziening ingesteld op 27 november 2013 door British Telecommunications plc tegen het arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 16 september 2013 in zaak T-226/09, British Telecommunications plc/Europese Commissie
(Zaak C-620/13 P)
2014/C 61/05
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: British Telecommunications plc (vertegenwoordigers: J. Holmes, Barrister, H. Legge QC)
Andere partijen in de procedure: Europese Commissie, BT Pension Scheme Trustees Ltd
Conclusies
—
het bestreden arrest vernietigen voor zover dit het eerste en het tweede middel van rekwirante’s beroep voor het Gerecht betreft;
—
die middelen gegrond verklaren;
—
beschikking 2009/703/EG van de Commissie van 11 februari 2009 (1) nietig verklaren en
—
vergoeding toekennen van rekwirante’s kosten van de onderhavige hogere voorziening en van de procedure voor het Gerecht.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar hogere voorziening voert rekwirante drie middelen aan.
Met haar eerste middel betoogt rekwirante dat het Gerecht in het bestreden arrest zijn eigen — niet in de beschikking van de Commissie vervatte — redenen heeft gegeven om bepaalde bijzondere verplichtingen niet in aanmerking te nemen in zijn beoordeling van de selectiviteit. Het Gerecht heeft aldus ten onrechte getracht zijn eigen redenering in de plaats te stellen van die van de Commissie bij de beoordeling of er sprake was van een selectief voordeel voor rekwirante.
Met haar tweede middel betoogt rekwirante dat de eigen redenering van het Gerecht hoe dan ook blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting aangezien het, door de bijzondere verplichtingen niet in aanmerking te nemen, een onjuiste juridische maatstaf heeft toegepast. Voorts waren de redenen waarop het zich baseerde in elk geval ofwel juridisch irrelevant ofwel gaven zij blijk van een verkeerde opvatting van de duidelijke betekenis van het bewijs.
Met haar derde middel stelt rekwirante dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting in zijn toetsing van de redenen van de Commissie om de bijzondere verplichtingen niet in aanmerking te nemen, door die redenen juridisch relevant en toereikend te beschouwen als onderbouwing van de beschikking van de Commissie. De toetsing door het Gerecht is niet adequaat. Op sommige punten in het onduidelijk of het Gerecht de redenering van de Commissie al dan niet aanvaardt en zo ja op welke basis. Op andere punten neemt het Gerecht factoren in aanmerking die juridisch irrelevant zijn en stelt het zijn eigen redenering in de plaats van die van de Commissie.
(1) Beschikking van de Commissie van 11 februari 2009 betreffende de door het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland ten uitvoer gelegde staatssteunmaatregel C-55/07 (ex NN 63/07, CP 106/06) — Aan BT verleende staatsgarantie (Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 685).
PB L 242, blz. 21.
Full & Egal Universal Law Academy