8.3.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 71/8
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het First-tier Tribunal (Tax Chamber) (Verenigd Koninkrijk) op 13 december 2013 — C & J Clark International Ltd/The Commissioners for Her Majesty’s Revenue & Customs
(Zaak C-659/13)
2014/C 71/14
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
First-tier Tribunal (Tax Chamber)
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: C & J Clark International Ltd
Verwerende partij: The Commissioners for Her Majesty’s Revenue & Customs
Prejudiciële vragen
1)
Is verordening (EG) nr. 1472/2006 (1) van de Raad ongeldig voor zover zij een schending vormt van de artikelen 2, lid 7, sub b, en 9, lid 5, van de basisantidumpingverordening [verordening (EG) nr. 384/96van de Raad (2)], nu de Commissie de verzoeken om als marktgericht bedrijf te worden behandeld of om een individuele behandeling te verkrijgen van de uitvoerende producenten in China en Vietnam die niet overeenkomstig artikel 17 van de basisantidumpingverordening in de steekproef waren opgenomen, niet heeft onderzocht?
2)
Is verordening (EG) nr. 1472/2006 van de Raad ongeldig voor zover zij een schending vormt van artikel 2, lid 7, sub c, van de basisantidumpingverordening [verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad], nu de Commissie niet binnen drie maanden na aanvang van het onderzoek van de verzoeken om als marktgericht bedrijf te worden behandeld van de uitvoerende producenten in China en Vietnam die niet overeenkomstig artikel 17 van de basisantidumpingverordening in de steekproef waren opgenomen, een vaststelling heeft gedaan?
3)
Is verordening (EG) nr. 1472/2006 van de Raad ongeldig voor zover zij een schending vormt van artikel 2, lid 7, sub c, van de basisantidumpingverordening [verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad], nu de Commissie niet binnen drie maanden na aanvang van het onderzoek van de verzoeken om als marktgericht bedrijf te worden behandeld van de uitvoerende producenten in China en Vietnam die overeenkomstig artikel 17 van de basisantidumpingverordening in de steekproef waren opgenomen, een vaststelling heeft gedaan?
4)
Is verordening (EG) nr. 1472/2006 van de Raad ongeldig voor zover zij een schending vormt van de artikelen 3, 4, lid 1, 5, lid 4, en 17 van de basisantidumpingverordening [verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad], nu onvoldoende producenten uit de bedrijfstak van de Gemeenschap mee hebben gewerkt voor een geldige beoordeling van de schade, en dus het causale verband, door de Commissie?
5)
Is verordening (EG) nr. 1472/2006 van de Raad ongeldig voor zover zij een schending vormt van artikel 3, lid 2, van de basisantidumpingverordening [verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad] en van artikel 253 EG, nu uit het onderzoeksdossier is gebleken dat de schade voor de bedrijfstak van de Gemeenschap beoordeeld is op basis van gebrekkige gegevens en de verordening niet toelicht waarom dit bewijsmateriaal is genegeerd?
6)
Is verordening (EG) nr. 1472/2006 van de Raad ongeldig voor zover zij een schending vormt van artikel 3, lid 7, van de basisantidumpingverordening [verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad], nu de gevolgen van andere bekende schadeveroorzakende factoren niet duidelijk zijn onderscheiden van de effecten van de vermeende invoer met dumping?
7)
In hoeverre kunnen de rechterlijke instanties van de lidstaten met een beroep op de uitlegging van verordening (EG) nr. 1472/2006 van de Raad door het Hof van Justitie in het kader van de zaken Brosmann, C-249/10 P, en Zhejiang Aokang, C-247/10 P, verklaren dat rechten niet wettelijk verschuldigd waren in de zin van artikel 236 van het communautair douanewetboek [verordening (EEG) nr. 2913/92 (3) van de Raad] door bedrijven die, evenals verzoeksters in de zaken Brosmann en Zhejiang Aokang, niet in de steekproef waren opgenomen maar verzoeken hebben ingediend om als marktgericht bedrijf te worden behandeld of om een individuele behandeling te verkrijgen, die niet zijn onderzocht?
(1) Verordening (EG) nr. 1472/2006 van de Raad van 5 oktober 2006 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op schoeisel met bovendeel van leder uit de Volksrepubliek China en Vietnam (PB L 275, blz. 1).
(2) Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB L 56, blz. 1).
(3) Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy