15.2.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 45/26
Beroep ingesteld op 17 december 2013 — Europese Commissie/Bondsrepubliek Duitsland
(Zaak C-674/13)
2014/C 45/44
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: T. Maxian Rusche en R. Sauer, gemachtigden)
Verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland
Conclusies
—
vaststellen dat de Bondsrepubliek Duitsland de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 288 VWEU, artikel 108, lid 2, VWEU, het doeltreffendheidsbeginsel, artikel 14, lid 3, van verordening (EG) nr. 659/1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag (1), en de artikelen 1, 4, 5 en 6 van besluit 2010/636/EU van de Commissie van 25 januari 2012 betreffende steunmaatregel C 36/07 (ex N 25/07) van Duitsland ten faveure van Deutsche Post AG (2), doordat zij niet alle noodzakelijke maatregelen heeft genomen om het besluit van de Commissie onverwijld en daadwerkelijk ten uitvoer te leggen door de verleende en met de interne markt onverenigbare steun volledig terug te vorderen en door de steunregeling voor de toekomst aan te passen;
—
de Bondsrepubliek Duitsland verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De Bondsrepubliek Duitsland is de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 288 VWEU, artikel 108, lid 2, VWEU, het doeltreffendheidsbeginsel, artikel 14, lid 3, van verordening (EG) nr. 659/1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag, en de artikelen 1, 4, 5 en 6 van besluit 2010/636/EU van de Commissie van 25 januari 2012 betreffende steunmaatregel C 36/07 (ex N 25/07) van Duitsland ten faveure van Deutsche Post AG, doordat zij niet alle noodzakelijke maatregelen heeft genomen om het besluit van de Commissie onverwijld en daadwerkelijk ten uitvoer te leggen door de verleende en met de interne markt onverenigbare steun volledig terug te vorderen en door de steunregeling voor de toekomst aan te passen.
Duitsland weigert, in het kader van de tenuitvoerlegging van besluit 2012/636/EU, gegevens te verzamelen om de relevante markt voor pakketdiensten voor de periode van 2003 tot 2012 (voor de terugvordering) en voor de periode sinds 2012 af te bakenen. Daardoor verhindert Duitsland de tenuitvoerlegging van besluit 2012/636/EU. Dat besluit ziet immers naar de niet-gereguleerde postdiensten voor zowel de terugvordering van de steun die in het verleden onrechtmatig is verleend en niet met de interne markt verenigbaar is, als voor de opheffing/aanpassing van de pensioensubsidie voor de toekomst. De analyse van de relevante markt voor pakketdiensten is echter een conditio sine qua non om te kunnen bepalen om welke postdiensten het daarbij gaat.
De weigering om deze analyse uit te voeren staat eraan in de weg dat Duitsland onverwijld en daadwerkelijk de verleende en met de interne markt onverenigbare steun volledig terugvordert en de steunregeling voor de toekomst aanpast.
Subsidiair, namelijk voor het geval dat het standpunt van Duitsland, dat het middels definitieve beslissingen en besluiten van de bevoegde instanties besluit 2012/636/EU mocht uitvoeren, juist zou zijn, quod non, had Duitsland moeten uitgaan van een afzonderlijke markt voor „B2B”-pakketdiensten. Duitsland en de Commissie zijn het erover eens dat Deutsche Post AG op een dergelijke afzonderlijke markt voor „B2B”-pakketdiensten sinds 2003 op geen enkel moment een machtspositie heeft gehad. De markt voor „B2B”-pakketdiensten maakt bijgevolg deel uit van de niet-gereguleerde postdiensten.
Zowel bij de berekening van het terug te vorderen steunbedrag voor de periode van 2003 tot 2012 als bij de aanpassing van de steunregeling voor de toekomst had Duitsland bijgevolg de pensioensubsidie voor de onder de „B2B”-pakketdienst vallende ambtenaren moeten aanmerken als met de interne markt onverenigbare steun. Het had die steun, wat het verleden betreft, moeten terugvorderen en, wat de toekomst betreft, moeten intrekken.
(1) Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag, PB L 83, blz. 1.
(2) Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 184, PB L 289, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy