15.2.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 45/27
Hogere voorziening ingesteld op 23 december 2013 door Andechser Molkerei Scheitz GmbH tegen de beschikking van het Gerecht (Tweede kamer) van 15 oktober 2013 in zaak T-13/12, Andechser Molkerei Scheitz GmbH/Europese Commissie
(Zaak C-682/13 P)
2014/C 45/45
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirante: Andechser Molkerei Scheitz GmbH (vertegenwoordiger: H. Schmidt, Rechtsanwalt)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
—
de beschikking van het Gerecht van 15 oktober 2013 in zaak T-13/12 gedeeltelijk vernietigen voor zover deze beschikking strekte tot verwerping van het beroep tot nietigverklaring met het verzoek verordening (EU) nr. 1131/2011 van de Commissie van 11 november 2011 tot wijziging van bijlage II bij verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft steviolglycosiden (1), bekendgemaakt in het Publicatieblad op 12 november 2011, nietig te verklaren, en
—
verordening (EU) nr. 1131/2011 van de Commissie tot wijziging van bijlage II bij verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft steviolglycosiden, bekendgemaakt in het Publicatieblad op 12 november 2011, nietig verklaren.
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirante stelt in de eerste plaats schending van haar grondrecht op een doeltreffende voorziening in rechte krachtens artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Het beroep tot nietigverklaring is door primair recht van de Europese Unie op zijn eigen merites toegelaten. Het grondrecht van artikel 47, lid 1, strekt ertoe een doeltreffend gebruik van op eigen merites toegelaten rechtsmiddelen mogelijk te maken. De beschikking van het Gerecht schendt het recht van rekwirante op een doeltreffend rechtsmiddel in de zin van een gewaarborgde effectieve rechtelijke bescherming uit artikel 47, lid 1, van het Handvest.
Rekwirante stelt in de tweede plaats schending van haar grondrecht uit artikel 47, lid 2, want haar grondrecht uit artikel 21 op non-discriminatie en haar grondrecht uit artikel 16 op gewaarborgde vrijheid van ondernemerschap zijn geschonden zonder dat haar ingesteld beroep als effectief rechtsmiddel is behandeld. Rekwirante stelt discriminatie als producente van biologische levensmiddelen, omdat de toelating van steviolglycosiden is verleend op een wijze die haar conventionele concurrenten een ongegronde en oneerlijke mededingingsvoorsprong geeft.
Rekwirante wenst bovendien gelijke behandeling door de Uniewetgever. Zij stelt schending van het algemene gelijkheidsbeginsel van artikel 20 van het Handvest. Voorts stelt zij discriminatie krachtens artikel 21 van het Handvest als onderneming in biologische levensmiddelen tegenover conventionele levensmiddelenondernemingen. Tot bewijs dat het om willekeurige discriminatie gaat, beroept rekwirante zich op de overeenkomst van de Europese Unie met de Verenigde Staten van Amerika van februari 2012, die de verkoop van volgens het US-biorecht met steviolglycosiden vervaardigde biologische producten toestaat op de interne markt van de Unie met het EU-biologo. Daaruit blijkt dat er geen redelijke grond is om conventionele concurrenten van rekwirante toe te staan yoghurt met steviolglycosiden te vervaardigen en bovendien een rechtsinstrument te kiezen waardoor zijzelf deze vrijheid van ondernemerschap is ontzegd. Volgens rekwirante is haar grondrecht uit artikel 16 van het Handvest op gewaarborgde vrijheid van ondernemerschap geschonden.
(1) PB L 295, blz. 205.
Full & Egal Universal Law Academy