23.3.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 86/20
Beroep ingesteld op 23 januari 2013 — Elan/Commissie
(Zaak T-27/13)
2013/C 86/34
Procestaal: Sloveens
Partijen
Verzoekende partij: Elan, proizvodnja športnih izdelkov, d.o.o. (Begunje na Gorenjskem, Slovenië) (vertegenwoordiger: P. Pensa, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
de artikelen 2 tot en met 5 van het besluit van de Commissie van 19 september 2012 betreffende maatregelen ten behoeve van de onderneming ELAN d.o.o., SA.26379 (C 13/2010) nietig verklaren;
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster vier middelen aan.
1)
Schending van de motiveringsplicht (artikel 296, lid 2, VWEU) en schending van wezenlijke vormvereisten wegens ontoereikende motivering (artikel 263, lid 2, VWEU).
De Commissie heeft ontoereikend gemotiveerd waarom zij de door de ondernemingen Zavarovalnica Triglav en Triglav Naložbe toegediende kapitaalinjectie aan de staat toerekent. Voorts heeft zij niet gemotiveerd waarom zij de cessies op het vlak van de maritieme divisie van de onderneming Elan niet als passende compensatiemaatregelen heeft aanvaard.
2)
Schending van artikel 107, lid 1, VWEU wegens een kennelijk onjuiste beoordeling van de feiten door te oordelen dat er staatsmiddelen waren en door de handelswijze van de ondernemingen Zavarovalnica Triglav, Triglav Naložbe en KAD-PPS aan de staat toe te rekenen.
In de eerste plaats heeft de Commissie de feiten kennelijk onjuist beoordeeld wat het toezicht en de invloed van de staat betreft op Zavod za pokojninsko in invalidsko zavarovanje (ZPIZ) [Instituut voor pensioen- en invaliditeitsverzekering] en bijgevolg op de ondernemingen Zavarovalnica Triglav en Triglav Naložbe. In de tweede plaats heeft de Commissie geen aanwijzing aangevoerd, zoals volgens de rechtspraak in de zaak Stardust Marine is vereist, op grond waarvan de handelswijze van de ondernemingen KAD-PPS, Zavarovalnica Triglav en Triglav Naložbe aan de staat kunnen worden toegerekend en is zij hierbij volledig voorbijgegaan aan het feit dat de privé-ondernemingen Zavarovalnica Triglav en Triglav Naložbe een negatief toezicht op de onderneming Elan hebben uitgeoefend.
3)
Schending van artikel 107, lid 1, VWEU wat de verenigbaarheid betreft van de handelswijze van de ondernemingen met het beginsel van de particuliere investeerder in een markteconomie wegens een kennelijke onjuiste beoordeling van de feiten wat het besluitvormingsproces van de vennoten vóór de herkapitalisatie en de tenuitvoerlegging van maatregel 2 betreft (herkapitalisatie van de onderneming Elan in de zomer van 2008)
De Commissie is klaarblijkelijk ten onrechte uitgegaan van zes doorslaggevende feitelijke omstandigheden om tot de conclusie te komen dat maatregel 2 onverenigbaar was met het beginsel van de particuliere investeerder in een markteconomie:
—
ten eerste heeft de Commissie op misleidende wijze uitsluitend rekening gehouden met de minst gunstige evaluatie van de waarde van het kapitaal van de onderneming Elan hoewel in de snelle evaluatie van de waarde vier ramingen voorkwamen;
—
ten tweede heeft zij op willekeurige wijze en zonder deskundigenadvies in te winnen de door de onderneming Audit-IN uitgevoerde raming van de waarde als achterhaald en irrelevant afgewezen, alsook zonder rechtvaardiging prioriteit verleend aan de snelle evaluatie van de waarde;
—
ten derde heeft de Commissie ten onrechte vastgesteld dat er geen particuliere investeerders aan de herkapitalisatie hebben deelgenomen, hoewel het aandeel van het privé-kapitaal ten minste 35,05 % bedraagt;
—
ten vierde heeft de Commissie ten onrechte vastgesteld dat het meerjarenplan 2008-2012 en het saneringsplan door de onderneming Elan zelf waren opgesteld, aangezien zij volledig is voorbijgegaan aan het feit dat het saneringsplan van de onderneming Elan is opgesteld op basis van de reconversiestrategie die door een externe consulent speciaal voor de onderneming is opgesteld;
—
ten vijfde is ook de vaststelling onjuist dat er geen akkoord was met de banken over de herschikking van de leningen die vóór de herkapitalisatie bestonden, aangezien de Commissie kennelijk helemaal geen rekening heeft gehouden met de bewijsstukken aan de hand waarvan de banken aan de onderneming Elan hebben bevestigd dat zij haar leningen zou herschikken, indien de vennoten de onderneming Elan herkapitaliseren;
—
ten zesde is de stelling van de Commissie onjuist volgens welke de herkapitalisatie van de onderneming Elan van 2007 geen vruchten heeft afgeworpen en dat de particuliere vennoten dus niet meer in de onderneming Elan hebben geïnvesteerd.
4)
Kennelijke onjuiste beoordeling van de feiten wat de compenserende maatregelen betreft krachtens de punten 38-40 van de communautaire richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden en schending van artikel 107, lid 3, sub c, VWEU.
De Commissie heeft een kennelijke beoordelingsfout gemaakt door vast te stellen dat de onderneming Elan geen passende compenserende maatregelen heeft vastgesteld en heeft dus artikel 107, lid 3, sub c, VWEU gelezen in samenhang met de communautaire richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden, onjuist toegepast:
—
ten eerste is de Commissie voorbijgegaan aan het feit dat in de reconversiestrategie uitdrukkelijk is vermeld dat in uiterste noodzaak de distributieonderneming in de Verenigde Staten zou worden geliquideerd;
—
ten tweede heeft de Commissie ten onrechte vermeld dat de samenwerking in de gemeenschappelijke distributieonderneming op initiatief van de onderneming Dal Bello is stopgezet;
—
ten derde heeft de Commissie ten onrechte geen rekening gehouden met de gevolgen van de compenserende maatregelen met betrekking tot de detailhandel in ski’s voor de „voornaamste” handel van de onderneming Elan, te weten de productie van ski’s.
Full & Egal Universal Law Academy