8.6.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 164/18
Beroep ingesteld op 4 maart 2013 — Italië/Commissie
(Zaak T-124/13)
2013/C 164/33
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Italiaanse Republiek (vertegenwoordigers: G. Palmieri en P. Gentili, avvocati dello Stato)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
Verzoekster verzoekt het Gerecht:
—
nietig te verklaren aankondiging van algemeen vergelijkend onderzoek EPSO/AST/125/12 voor de vorming van een reserve om te kunnen voorzien in 110 vacatures voor de aanwerving van assistenten (AST 3) op de vakgebieden audit, financiën/boekhouding en economie/statistiek;
—
nietig te verklaren aankondiging van algemeen vergelijkend onderzoek EPSO/AST/126/12 voor de vorming van een reserve om te kunnen voorzien in 78 vacatures voor de aanwerving van assistenten (AST 3) op de vakgebieden biologie, biowetenschappen en gezondheidswetenschappen, chemie, fysica en materiaalkunde, nucleair onderzoek, civiele techniek en werktuigbouwkunde, elektrotechniek en elektronica;
—
nietig te verklaren aankondiging van algemeen vergelijkend onderzoek EPSO/AD/248/13 voor de vorming van een reserve om te kunnen voorzien in 29 vacatures voor de aanwerving van administrateurs (AD6) op de vakgebieden beveiliging van gebouwen en gebouwentechniek;
—
de Commissie in de kosten te verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekster voert voor haar beroep 7 middelen aan.
1)
Eerste middel: schending van de artikelen 263, 264 en 265 VWEU.
—
Volgens verzoekster heeft de Commissie het gezag van gewijsde van het arrest van het Hof in zaak C-566/10 P geschonden, waarin aankondigingen op grond waarvan deelnemers aan algemene vergelijkende onderzoeken van de Unie alleen Engels, Frans en Duits als tweede taal kunnen opgeven onrechtmatig zijn verklaard.
2)
Tweede middel: schending van artikel 342 VWEU en de artikelen 1 en 6 van verordening nr. 1/58 tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap.
—
Door te bepalen dat slechts drie talen als tweede taal kunnen worden opgegeven voor deelneming aan algemene vergelijkende onderzoeken van de Unie heeft de Commissie in werkelijkheid een nieuwe taalregeling van de instellingen ingevoerd, ofschoon de Raad dienaangaande over een exclusieve bevoegdheid beschikt.
3)
Derde middel: schending van de artikelen 12 EG (thans artikel 18 VWEU), artikel 22 van het Handvest van de grondrechten van de Unie, artikel 6, lid 3, EU, artikel 1, leden 2 en 3, van bijlage III bij het ambtenarenstatuut, de artikelen 1 en 6 van verordening nr. 1/58 en de artikelen 1 quinquies, leden 1 en 6, 27, lid 2, en 28, sub f, van het ambtenarenstatuut.
—
Volgens verzoekster is de door de Commissie aangebrachte beperking op de taalkeuze discriminerend, nu op grond van bovengenoemde bepalingen aan de Europese burger en de functionaris van de instellingen geen taalkundige beperkingen mogen worden opgelegd die niet algemeen en objectief zijn vastgelegd in interne reglementen van de instellingen overeenkomstig artikel 6 van verordening nr. 1/58 — die tot op heden niet zijn vastgesteld — en dergelijke beperkingen niet mogen worden opgelegd zonder een specifiek met redenen omkleed dienstbelang.
4)
Vierde middel: schending van artikel 6, lid 3, VEU voor zover op grond daarvan het vertrouwensbeginsel behoort tot de grondrechten zoals zij voortvloeien uit de constitutionele tradities die de lidstaten gemeen hebben.
—
De Commissie heeft het vertrouwen van de burger geschonden dat als tweede taal om het even welke taal van de Unie kan worden gekozen. Dit was tot eind 2007 steeds mogelijk en is bevestigd in het arrest van het Hof in zaak C-566/10 P.
5)
Vijfde middel: misbruik van bevoegdheid en schending van essentiële regels verband houdend met de aard en het doel van aankondigingen van vergelijkende onderzoeken (inzonderheid de artikelen 1 quinquies, leden 1 en 6, 28, sub f, 27, lid 2, 34, lid 3, en 45, lid 1, ambtenarenstatuut) alsook van het evenredigheidsbeginsel.
—
Door vooraf algemeen te bepalen dat slechts drie talen als tweede taal kunnen worden gekozen heeft de Commissie in feite de toetsing van de talenkennis van de kandidaten verlegd naar het stadium van de aankondiging en de toelatingseisen, terwijl die toetsing in het kader van het vergelijkend onderzoek dient plaats te vinden. Daardoor wordt de talenkennis beslissend ten opzichte van de beroepsbekwaamheden.
6)
Zesde middel: schending van de artikelen 18 en 24, lid 4, VWEU, artikel 22 van het Handvest van de grondrechten van de Unie, artikel 2 van verordening nr. 1/58 en artikel 1 quinquies, leden 1 en 6, van het ambtenarenstatuut.
—
Doordat sollicitaties alleen mogen worden ingediend in het Engels, het Frans of het Duits en EPSO de sollicitant mededelingen over het verloop van het vergelijkende onderzoek in dezelfde taal toestuurt, wordt afbreuk gedaan aan het recht van de burger van de Unie, in zijn eigen taal met de instellingen te communiceren, en wordt een aanvullende discriminatie ingevoerd ten nadele van degene die niet beschikt over een grondige kennis van een van die drie talen.
7)
Zevende middel: schending van artikel 296, lid 2, VWEU (gebrek aan motivering) en van het evenredigheidsbeginsel, en onjuiste voorstelling van de feiten.
—
De Commissie heeft als reden voor de beperking tot drie talen aangevoerd dat nieuwe personeelsleden vanaf het begin binnen de instelling moeten kunnen communiceren. Deze motivering strookt niet met de feiten omdat niet vaststaat dat de drie betrokken talen tussen taalgroepen binnen de instelling het meest worden gebruikt om te communiceren, en is onevenredig gelet op de beperking van een grondrecht zoals het recht om geen discriminatie op grond van taal te ondergaan. Er zijn minder restrictieve manieren om snelle communicatie binnen de instelling te waarborgen.
Full & Egal Universal Law Academy