9.11.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 325/38
Hogere voorziening ingesteld op 19 augustus 2013 door het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) tegen het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 26 juni 2013 in zaak F-21/12, Achab/EESC
(Zaak T-430/13 P)
2013/C 325/63
Procestaal: Frans
Partijen
Rekwirerende partij: Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) (vertegenwoordigers: D. Waelbroeck en A. Duron, advocaten)
Andere partij in de procedure: Mohammed Achab (Brussel, België)
Conclusies
De rekwirerende partij verzoekt het Gerecht:
—
het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken in zaak F-21/12 te vernietigen, voor zover daarbij nietig is verklaard het besluit van het EESC van 9 juni 2011 betreffende de terugvordering van de ontheemdingstoelage die Achab vanaf 1 juli 2010 is betaald en het EESC in zijn eigen kosten en in de helft van de kosten van verzoeker in eerste aanleg is verwezen;
—
de door de rekwirerende partij in hogere voorziening ingediende vordering toe te wijzen, dat wil zeggen het beroep volledig ongegrond te verklaren;
—
verweerder in hogere voorziening te verwijzen in de kosten van deze procedure en in die van de procedure voor het Gerecht voor ambtenarenzaken.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van de hogere voorziening voert de rekwirerende partij vijf middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan een verkeerde rechtsopvatting, daar het GVA ten onrechte heeft geoordeeld dat niet was voldaan aan de voorwaarden voor terugvordering van het onverschuldigd betaalde.
2.
Tweede middel, ontleend aan een verkeerde rechtsopvatting, aangezien het bestreden arrest bijdraagt tot de ongerechtvaardigde verrijking van verzoeker in eerste aanleg.
3.
Derde middel, ontleend aan een kennelijke beoordelingsfout, daar het GVA ten onrechte heeft geoordeeld dat het EESC nooit een mededeling aan zijn personeel had gericht om het te wijzen op de gevolgen van een naturalisatie.
4.
Vierde middel, ontleend aan een verkeerde rechtsopvatting, aangezien het Gerecht het beginsel heeft geschonden dat financiële bepalingen strikt moeten worden toegepast en het beginsel dat uitzonderingsbepalingen beperkt en restrictief moeten worden uitgelegd.
5.
Vijfde middel, ontleend aan een verkeerde rechtsopvatting met betrekking tot de verdeling van de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy