16.11.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 336/27
Beroep ingesteld op 6 september 2013 — Systran/Commissie
(Zaak T-481/13)
2013/C 336/57
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Systran SA (Parijs, Frankrijk) (vertegenwoordiger: J. Hoss, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
de besluiten van 5 juli 2013 en 21 augustus 2013 van de Europese Commissie, althans van de Europese Unie nietig verklaren;
—
de Europese Commissie en de Europese Unie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Met het onderhavige beroep vordert verzoekster nietigverklaring van de besluiten van de Commissie waarbij zij, na het arrest van het Hof van Justitie van 18 april 2013, Commissie/Systran (C-103/11 P, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie), is overgegaan tot inning van de compensatierente, vermeerderd met vertragingsrente vanaf 19 augustus 2013 over het bedrag dat de Commissie aan verzoekster had betaald uit hoofde van schadevergoeding na het arrest van het Gerecht van 16 december 2010, Systran en Systran Luxembourg/Commissie (T-19/07, Jurispr. blz. II-6083, dat bij het arrest van het Hof is vernietigd.
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekster drie middelen aan.
1.
Onbevoegdheid van de Commissie om de bestreden besluiten te nemen, aangezien de Commissie geen bevoegdheid bezit om aan zichzelf compensatierente toe te kennen. Dergelijke rente kan alleen door een rechter worden toegekend omdat deze toe doel heeft schade te vergoeden die is ontstaan omdat een partij niet heeft voldaan aan haar verplichtingen. Verzoekster betoogt dat de toekenning van compensatierente niet past in het kader van de afwikkeling van de gevolgen van een door het Hof gewezen arrest.
2.
Schending van de algemene beginselen van Europees recht, zowel vanuit het oogpunt van de toekenning van rente als vanuit het oogpunt van het algemene beginsel van het verbod van ongerechtvaardigde verrijking. Verzoekster betoogt dat:
—
de Commissie het algemene beginsel van Europees recht of althans het aan de lidstaten gemeenschappelijke beginsel inzake de toekenning van compensatierechte heeft geschonden door zichzelf compensatierente toe te kennen, zonder dat er sprake is van enig aan verzoekster toe te rekenen schadebrengend feit;
—
de Commissie het algemene beginsel van het verbod van ongerechtvaardigde verrijking heeft geschonden door aan een privaatrechtelijke rechtspersoon een niet in de Verdragen voorziene verplichting op te leggen, en hoe dan ook door, gelet op de evaluatie van het bedrag van de rente, zichzelf een bedrag aan forfaitaire rente, vermeerderd met 2 % wegens inflatie, toe te kennen.
3.
Misbruik van bevoegdheid door de Commissie aangezien zij zich niet kan baseren op artikel 299 VWEU om betaling van compensatierente te vorderen zonder rechtsgrondslag waarbij haar die bevoegdheid wordt verleend, en zonder rechterlijke uitspraak waarin verzoekster wordt veroordeeld tot betaling daarvan.
Full & Egal Universal Law Academy