29.3.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 93/23
Beroep ingesteld op 24 december 2013 — Deloitte Consulting/Commissie
(Zaak T-688/13)
2014/C 93/41
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Deloitte Consulting CVBA (Diegem, België) (vertegenwoordigers: K. De hornois en N. Korogiannakis, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
het bij brief van 15 oktober 2013 aan verzoekster meegedeelde besluit van verweerster nietig te verklaren voor zover hierbij de offerte van verzoekster in het kader van aanbestedingsprocedure DIGIT/R2/PO/2013/004 ABC III — diensten inzake advies, benchmarking en consultancy op het gebied van informatie- en communicatietechnologie, als vierde is geplaatst voor de gunning van de overeenkomst voor perceel 2 volgens het cascadesysteem en de overeenkomst is gegund aan de consortia PWC-EVERIS als eerste contractant, KPMG-TRASYS-KURT SALMON als tweede contractant en CGI Accenture als derde contractant;
—
het bestreden besluit ten minste nietig te verklaren voor zover de eerste contractant volgens het cascadesysteem, PWC-EVERIS, hierbij niet is uitgesloten wegens het opnemen van informatie over haar financiële offerte in haar technische offerte;
—
verweerster te veroordelen tot vergoeding van de schade die verzoekster heeft geleden doordat de opdracht niet aan haar is gegund of, subsidiair, door het verlies van een kans in het kader van de betrokken aanbestedingsprocedure;
—
verweerster te verwijzen in de kosten van het geding.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster vier middelen aan.
1)
Eerste middel: niet-nakoming van de motiveringsplicht en niet-bekendmaking van de relatieve verdiensten van de inschrijvers waaraan de opdracht is gegund — artikel 113, lid 2, van het financieel reglement en artikel 161, leden 2 en 3, van de gedelegeerde verordening — en schending van een wezenlijk vormvoorschrift en van het recht op een doeltreffende voorziening in rechte:
—
Hoewel het voorwerp van de aanbesteding technisch zeer complex en van groot strategisch belang is, zijn de uittreksels uit het beoordelingsrapport kort, oppervlakkig en simplistisch opgesteld, bevatten zij geen aanwijzingen over de sterke en zwakke punten van de beoordeelde inschrijvingen en wordt hierin slechts melding gemaakt van „kwalificaties”, zonder dat ook maar enigszins op de inhoud van het antwoord wordt ingegaan. Voor sommige subcriteria wordt geen enkele motivering verstrekt voor de scores die aan de inschrijvers zijn verleend, terwijl de commentaren van het evaluatiecomité vaak niet overeenstemmen met deze scores. De gebrekkige motivering van het bestreden besluit maakt een rechterlijke toetsing onmogelijk, waardoor het recht op een doeltreffende voorziening in rechte wordt geschonden.
2)
Tweede middel: niet-nakoming van de verplichting om duidelijke gunningscriteria toe te passen op basis waarvan de overeenkomst objectief kan worden gegund; niet-inachtneming van het onderscheid tussen selectiecriteria en gunningscriteria:
—
De technische specificaties bevatten een groot aantal vage subcriteria. Daardoor zijn goed ingelichte en normaal zorgvuldige inschrijvers niet in staat om het specifieke gunningscriterium te begrijpen. Er zijn geen duidelijke aanwijzingen over wat een goede of een minder goede benadering zou zijn, en er zijn geen kwalitatieve criteria waaruit blijkt welke indicatoren tot een beter of een slechter resultaat zouden leiden. Voorts wordt in het beoordelingsrapport verwezen naar selectiecriteria die voor de beoordeling van de technische offerte van de inschrijvers zijn gebruikt.
3)
Derde middel: niet-inachtneming van de bepalingen van het bestek. Schending van de beginselen van transparantie en behoorlijk bestuur — Niet-inachtneming van de instructies voor inschrijvers — verwijzing naar de prijs in de technische offerte:
—
Een van de inschrijvers waaraan de opdracht is gegund, heeft belangrijke financiële gegevens vermeld in het technische gedeelte van de offerte, zodat deze niet-ontvankelijk is, aangezien zij inbreuk maakt op specifieke bepalingen van het bestek, het beginsel van non-discriminatie en het Guidebook for Public Procurement (handleiding voor overheidsopdrachten) van DIGIT, dat in het onderhavige geval van toepassing is.
4)
Vierde middel: schending van artikel 107, lid 1, sub a, van het financieel reglement en punt 5.2.3.2 van het bestek — belangenconflict;
—
Volgens artikel 107 van het financieel reglement diende verweerster tijdens de aanbestedingsprocedure voor de raamovereenkomst te beoordelen of er een belangenconflict bestond voor de inschrijvers, in plaats van dit geval per geval te beoordelen tijdens de uitvoering van de raamovereenkomst. Elke inschrijver die zich voor een belangenconflict geplaatst zag, zoals beschreven tijdens de gunningsprocedure, had vóór de gunning van de raamovereenkomst moeten worden uitgesloten en niet, zoals verweerster in casu heeft gedaan, op grond van een individuele beoordeling van elk geval tijdens de uitvoering van de overeenkomst. Punt 5.2.3.2 van het bestek bevat een nog strenger vereiste dan artikel 107 van het financieel reglement, waarin het belangenconflict wordt omschreven. Op basis van het bovenstaande had verweerster sommige van de winnende inschrijvingen moeten afwijzen.
Full & Egal Universal Law Academy