3.11.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 363/6
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 9 september 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Korkein oikeus — Finland) — Christophe Bohez/Ingrid Wiertz
(Zaak C-4/14) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken - Verordening (EG) nr. 44/2001 - Artikelen 1, lid 2, en 49 - Rechterlijke bevoegdheid en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - Uitgesloten gebieden - Familierecht - Verordening (EG) nr. 2201/2003 - Artikel 47, lid 1 - Bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid - Beslissing betreffende het omgangsrecht waarbij een dwangsom is opgelegd - Tenuitvoerlegging van de dwangsom))
(2015/C 363/07)
Procestaal: Fins
Verwijzende rechter
Korkein oikeus
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Christophe Bohez
Verwerende partij: Ingrid Wiertz
Dictum
1)
Artikel 1 van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, moet aldus worden uitgelegd dat deze verordening niet van toepassing is op de tenuitvoerlegging in een lidstaat van een dwangsom die is opgelegd bij een in een andere lidstaat gegeven beslissing inzake het gezagsrecht en het omgangsrecht teneinde de eerbieding van dit omgangsrecht door degene aan wie het gezagsrecht is toegekend, te verzekeren.
2)
De invordering van een dwangsom die door de rechter in de lidstaat van herkomst die ten gronde uitspraak heeft gedaan over het omgangsrecht, is opgelegd teneinde de doeltreffendheid van dit recht te verzekeren, valt onder hetzelfde stelsel van tenuitvoerlegging als de beslissing over het omgangsrecht dat door deze dwangsom wordt verzekerd. Deze dwangsom moet derhalve uitvoerbaar worden verklaard volgens de regels die zijn vastgesteld in verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1347/2000.
3)
In het kader van verordening nr. 2201/2003, zijn in den vreemde gegeven beslissingen waarbij een dwangsom is opgelegd, in de aangezochte lidstaat enkel uitvoerbaar indien het bedrag ervan door de gerechten in de lidstaat van herkomst definitief is bepaald.
(1) PB C 71 van 8.3.2014.
Full & Egal Universal Law Academy