21.12.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 429/2
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 29 oktober 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de Primera Instancia no 4 de Martorell — Spanje) — BBVA SA, voorheen Unnim Banc SA/Pedro Peñalva López, Clara López Durán, Diego Fernández Gabarro
(Zaak C-8/14) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Richtlijn 93/13/EEG - Hypothecaire leningsovereenkomst - Oneerlijke bedingen - Executieprocedure - Incidenteel verzet - Vervaltermijnen))
(2015/C 429/02)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de Primera Instancia no 4 de Martorell
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: BBVA SA, voorheen Unnim Banc SA
Verwerende partijen: Pedro Peñalva López, Clara López Durán, Diego Fernández Gabarro
Dictum
De artikelen 6 en 7 van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale overgangsbepaling als in het hoofdgeding aan de orde, volgens welke consumenten tegen wie een hypothecaire executieprocedure is ingeleid vóór de datum van inwerkingtreding van de wet waarin deze bepaling is opgenomen en die op deze datum nog niet is afgerond, beschikken over een vervaltermijn van één maand vanaf de dag na bekendmaking van deze wet om tegen de gedwongen executie verzet aan te tekenen op grond van het oneerlijke karakter van contractuele bedingen.
(1) PB C 102 van 7.4.2014.
Full & Egal Universal Law Academy