24.8.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 279/11
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 18 juni 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden) — Staatssecretaris van Financiën/D. G. Kieback
(Zaak C-9/14) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Vrij verkeer van werknemers - Belastingwetgeving - Inkomstenbelasting - Op het grondgebied van een lidstaat verworven inkomsten - Niet-ingezeten werknemer - Belastingheffing in de werkstaat - Voorwaarden))
(2015/C 279/12)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hoge Raad der Nederlanden
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Staatssecretaris van Financiën
Verwerende partij: D. G. Kieback
Dictum
Artikel 39, lid 2, EG moet aldus worden uitgelegd dat het zich er niet tegen verzet dat een lidstaat bij de heffing van inkomstenbelasting van een niet-ingezeten werknemer die zijn beroepsactiviteiten gedurende een deel van het jaar in deze lidstaat heeft uitgeoefend, weigert om aan deze werknemer, rekening houdend met diens persoonlijke en gezinsomstandigheden, een fiscaal voordeel toe te kennen, op de grond dat, hoewel hij zijn gehele of nagenoeg gehele belastbare inkomen over dit tijdvak in deze lidstaat heeft verworven, dit inkomen niet het belangrijkste deel van zijn belastbaar inkomen vormt over het betrokken jaar. De omstandigheid dat deze werknemer is vertrokken om zijn beroepsactiviteit te gaan uitoefenen in een derde staat, en niet in een andere lidstaat van de Unie, is niet van invloed op deze uitlegging.
(1) PB C 102 van 7.4.2014.
Full & Egal Universal Law Academy