Zaak C-51/14: Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 11 juni 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberverwaltungsgericht für das Land Nordrhein-Westfalen — Duitsland) — Pfeifer & Langen GmbH & Co. KG/Bundesanstalt für Landwirtschaft und Ernährung (Prejudiciële verwijzing — Landbouw — Gemeenschappelijke ordening van de markten — Suiker — Vergoeding van de opslagkosten — Verordening (EEG) nr. 1998/78 — Artikel 14, lid 3 — Verordening (EEG) nr. 2670/81 — Artikel 2, lid 2 — Vervanging bij uitvoer van C-suiker — Voorwaarden — Concrete verwisseling van de C-suiker met de vervangende suiker — Vervanging die enkel kan worden verricht met suiker die werd geproduceerd door een andere op het grondgebied van dezelfde lidstaat gevestigde fabrikant — Geldigheid daarvan ten aanzien van de artikelen 34 VWEU en 35 VWEU)
C2702015NL710120150611NL00087171
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 11 juni 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberverwaltungsgericht für das Land Nordrhein-Westfalen — Duitsland) — Pfeifer & Langen GmbH & Co. KG/Bundesanstalt für Landwirtschaft und Ernährung
(Zaak C-51/14) ( 1 )
„(Prejudiciële verwijzing — Landbouw — Gemeenschappelijke ordening van de markten — Suiker — Vergoeding van de opslagkosten — Verordening (EEG) nr. 1998/78 — Artikel 14, lid 3 — Verordening (EEG) nr. 2670/81 — Artikel 2, lid 2 — Vervanging bij uitvoer van C-suiker — Voorwaarden — Concrete verwisseling van de C-suiker met de vervangende suiker — Vervanging die enkel kan worden verricht met suiker die werd geproduceerd door een andere op het grondgebied van dezelfde lidstaat gevestigde fabrikant — Geldigheid daarvan ten aanzien van de artikelen 34 VWEU en 35 VWEU)”2015/C 270/08Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberverwaltungsgericht für das Land Nordrhein-Westfalen
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Pfeifer & Langen GmbH & Co. KG
Verwerende partij: Bundesanstalt für Landwirtschaft und Ernährung
Dictum
1)
Artikel 14, lid 3, van verordening (EEG) nr. 1998/78 van de Commissie van 18 augustus 1978 houdende vaststelling van de wijze van toepassing van de vereveningsregeling voor opslagkosten in de sector suiker, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 1714/88 van de Commissie van 13 juni 1988, en artikel 2, lid 2, tweede alinea, van verordening (EEG) nr. 2670/81 van de Commissie van 14 september 1981 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor de productie buiten de quota in de sector suiker, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 3892/88 van de Commissie van 14 december 1988, moeten, in hun onderlinge samenhang gelezen, aldus worden uitgelegd dat met betrekking tot een situatie zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding, waarin een fabrikant bij uitvoer een hoeveelheid C-suiker wenst te vervangen door eenzelfde hoeveelheid quotumsuiker die door een andere fabrikant is geproduceerd, in het kader van de vergoeding van de opslagkosten ook rekening dient te worden gehouden met de voorwaarden die in laatstgenoemde bepaling zijn opgenomen. Tot deze voorwaarden behoort inzonderheid het vereiste dat de vervangende suiker werd geproduceerd door een andere op het grondgebied van dezelfde lidstaat gevestigde fabrikant. Bij het onderzoek van de gestelde vragen zijn geen gegevens gebleken die afbreuk kunnen doen aan de geldigheid van die bepaling.
2)
Artikel 14, lid 3, van verordening nr. 1998/78 en artikel 2, lid 2, tweede alinea, van verordening nr. 2670/81 moeten aldus worden uitgelegd dat deze bepalingen voor de regelmatigheid van een verrichting strekkende tot de vervanging bij uitvoer van C-suiker niet als voorwaarde stellen dat de oorspronkelijke hoeveelheid C-suiker en de hoeveelheid vervangende suiker door de fabrikant concreet met elkaar worden verwisseld.
( 1 ) PB C 142 van 12.5.2014.
Full & Egal Universal Law Academy