30.11.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 398/3
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 6 oktober 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Finanzgericht Hamburg — Duitsland) — Firma Ernst Kollmer Fleischimport und -export/Hauptzollamt Hamburg-Jonas
(Zaak C-59/14) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 - Bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie - Artikelen 1, lid 2, en 3, lid 1, eerste alinea - Terugvordering van uitvoerrestituties - Verjaringstermijn - Vertrekpunt (dies a quo) - Handelen of nalaten van de marktdeelnemer - Ontstaan van het nadeel - Voortdurende inbreuk - Eenmalige inbreuk])
(2015/C 398/03)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Finanzgericht Hamburg
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Firma Ernst Kollmer Fleischimport und -export
Verwerende partij: Hauptzollamt Hamburg-Jonas
Dictum
1)
De artikelen 1, lid 2, en 3, lid 1, van verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen moeten aldus worden uitgelegd dat de verjaringstermijn in omstandigheden zoals die in het hoofdgeding, waar de schending van een Unierechtelijke bepaling pas is ontdekt na het ontstaan van een nadeel, ingaat op het ogenblik dat zowel het handelen of nalaten van een marktdeelnemer dat het Unierecht schendt, als de benadeling van de begroting van de Unie of de door de Unie beheerde begrotingen zich heeft voorgedaan.
2)
Artikel 1, lid 2, van verordening nr. 2988/95 moet aldus worden uitgelegd dat in omstandigheden zoals die in het hoofdgeding de benadeling ontstaat zodra het besluit is gegeven om de uitvoerrestitutie aan de betrokken exporteur toe te kennen.
(1) PB C 142 van 12.5.2014.
Full & Egal Universal Law Academy