30.11.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 398/3
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 6 oktober 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgerichtshof — Oostenrijk) — Finanzamt Linz/Bundesfinanzgericht, Außenstelle Linz
(Zaak C-66/14) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Artikelen 49 VWEU, 54 VWEU, 107 VWEU en 108, lid 3, VWEU - Vrijheid van vestiging - Staatssteun - Groepsbelasting - Verwerving van een deelneming in het kapitaal van een dochteronderneming - Afschrijving van goodwill - Beperking tot deelnemingen in ingezeten vennootschappen))
(2015/C 398/04)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Verwaltungsgerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Finanzamt Linz
Verwerende partij: Bundesfinanzgericht, Außenstelle Linz
in tegenwoordigheid van: IFN-Holding AG, IFN Beteiligungs GmbH
Dictum
Artikel 49 VWEU staat in de weg aan een wettelijke regeling van een lidstaat zoals die aan de orde in het hoofdgeding, die in het kader van groepsbelasting toestaat dat een moedermaatschappij bij de verwerving van een deelneming in een ingezeten vennootschap die in een dergelijke groep wordt opgenomen, de goodwill afschrijft tot maximaal 50 % van de prijs van de deelneming, terwijl zij dit bij verwerving van een deelneming in een niet-ingezeten vennootschap verbiedt.
(1) PB C 142 van 12.5.2014.
Full & Egal Universal Law Academy