23.11.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 389/6
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 6 oktober 2015 [verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het First-tier Tribunal (Information Rights) — Verenigd Koninkrijk] — East Sussex County Council/Information Commissioner
(Zaak C-71/14) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Verdrag van Aarhus - Richtlijn 2003/4/EG - Artikelen 5 en 6 - Toegang van het publiek tot milieu-informatie - Vergoeding voor het verstrekken van milieu-informatie - Begrip „redelijk bedrag” - Kosten van het bijhouden van een databank en algemene kosten - Toegang tot de rechter - Bestuursrechtelijk en rechterlijk toezicht op de beslissing waarbij een vergoeding wordt opgelegd))
(2015/C 389/07)
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
First-tier Tribunal (Information Rights)
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: East Sussex County Council
Verwerende partij: Information Commissioner,
in tegenwoordigheid van: Property Search Group, Local Government Association
Dictum
1)
Artikel 5, lid 2, van richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van richtlijn 90/313/EEG van de Raad, moet aldus worden uitgelegd dat de vergoeding die wordt opgelegd voor het verstrekken van een bepaald type milieu-informatie geen deel mag omvatten van de kosten voor het bijhouden van een daartoe door de overheidsinstantie gebruikte databank, zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding, maar wel de bij de berekening van deze vergoeding naar behoren bepaalde algemene kosten die verband houden met de arbeidstijd die het personeel van deze instantie besteedt aan het beantwoorden van de verschillende informatieverzoeken, mits het totaalbedrag van die vergoeding redelijk is.
2)
Artikel 6 van richtlijn 2003/4 moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale wettelijke regeling volgens welke de vraag of de voor het verstrekken van een bepaald type milieu-informatie verlangde vergoeding redelijk is, slechts het voorwerp is van een beperkte bestuursrechtelijke en rechterlijke toetsing, zoals die waarin het Engelse recht voorziet, op voorwaarde dat dit toezicht wordt uitgeoefend op basis van objectieve gegevens en — in overeenstemming met het gelijkwaardigheids- en het doeltreffendheidsbeginsel — betrekking heeft op de vraag of de overheidsinstantie die deze vergoeding oplegt, de voorwaarden van artikel 5, lid 2, van deze richtlijn heeft nageleefd, waarbij het aan de verwijzende rechter staat om dit te verifiëren.
(1) PB C 102 van 7.4.2014.
Full & Egal Universal Law Academy