19.1.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 16/9
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 13 november 2014 — Europese Commissie/Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
(Zaak C-112/14) (1)
((Niet-nakoming - Vrijheid van vestiging - Vrij verkeer van kapitaal - Artikel 49 VWEU en artikel 63 VWEU - Artikelen 31 en 40 EEE - Nationale belastingwetgeving - Toewijzing van winsten aan participanten van ondernemingen met beperkt aantal aandeelhouders - Verschillende behandeling van ingezeten en niet-ingezeten ondernemingen - Volstrekt kunstmatige constructies - Evenredigheid))
(2015/C 016/12)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: R. Lyal en L. Armati, gemachtigden)
Verwerende partij: Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (vertegenwoordiger: L. Christie, gemachtigde)
Dictum
1)
Door belastingwetgeving vast te stellen en te handhaven betreffende de toewijzing van winsten aan participanten („participators”) van niet-ingezeten ondernemingen die voorziet in een verschillende behandeling van binnenlandse en grensoverschrijdende activiteiten, is het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland de verplichtingen niet nagekomen die op hem rusten krachtens artikel 63 VWEU en artikel 40 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992.
2)
Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland wordt in de kosten verwezen.
(1) PB C 184 van 16.6.2014.
Full & Egal Universal Law Academy