7.12.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 406/4
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 15 oktober 2015 — Europese Commissie/Bondsrepubliek Duitsland
(Zaak C-137/14) (1)
([Niet-nakoming - Richtlijn 2011/92/EU - Milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten - Artikel 11 - Richtlijn 2010/75/EU - Industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) - Artikel 25 - Toegang tot de rechter - Daarmee niet overeenstemmende nationale procedurele regeling])
(2015/C 406/03)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: C. Hermes en G. Wilms, gemachtigden)
Verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers: T. Henze en J. Möller, gemachtigden)
Interveniënte aan de zijde van de verwerende partij: Republiek Oostenrijk (vertegenwoordiger: C. Pesendorfer, gemachtigde)
Dictum
1)
De Bondsrepubliek Duitsland is de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 11 van richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, en artikel 25 van richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging)
—
door ingevolge § 46 van het Verwaltungsverfahrensgesetz de nietigverklaring van besluiten wegens procedurefouten te beperken tot gevallen waarin de beoordeling of het vooronderzoek van de milieueffecten ontbreekt en tot gevallen waarin de verzoeker aantoont dat de procedurefout een causaal verband vertoont met de uitkomst van het besluit;
—
door ingevolge § 2, lid 3, van het Gesetz über ergänzende Vorschriften zu Rechtsbehelfen in Umweltangelegenheiten nach der EG-Richtlinie 2003/35/EG (Umwelt-Rechtsbehelfsgesetz) van 7 december 2006, zoals gewijzigd bij de wet van 21 januari 2013, en § 73, lid 4, van het Verwaltungsverfahrensgesetz de procesbevoegdheid en de omvang van de rechterlijke toetsing te beperken tot bezwaren die reeds zijn aangevoerd binnen de bezwaartermijn in de bestuurlijke procedure die heeft geleid tot de vaststelling van het besluit;
—
door ingevolge § 2, lid 1, juncto § 5, lid 1, van het Umwelt-Rechtsbehelfsgesetz van 7 december 2006, zoals gewijzigd bij wet van 21 januari 2013, in procedures die na 25 juni 2005 zijn ingeleid en vóór 12 mei 2011 zijn afgesloten, de procesbevoegdheid van milieuorganisaties te beperken tot rechtsvoorschriften die rechten verlenen aan particulieren;
—
door ingevolge § 2, lid 1, juncto § 5, lid 1, van het Umwelt-Rechtsbehelfsgesetz van 7 december 2006, zoals gewijzigd bij wet van 21 januari 2013, in procedures die na 25 juni 2005 zijn ingeleid en vóór 12 mei 2011 zijn afgesloten, de omvang van de rechterlijke toetsing in beroepen van milieuorganisaties te beperken tot bepalingen die rechten verlenen aan particulieren, en
—
door ingevolge § 5, leden 1 en 4, van het Umwelt-Rechtsbehelfsgesetz van 7 december 2006, zoals gewijzigd bij wet van 21 januari 2013, bestuurlijke procedures die vóór 25 juni 2005 zijn ingeleid, uit te sluiten van de werkingssfeer van de nationale wettelijke regeling.
2)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
3)
De Europese Commissie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Republiek Oostenrijk dragen hun eigen kosten.
(1) PB C 159 van 26.5.2014.
Full & Egal Universal Law Academy