12.9.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 335/3
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 30 juni 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunalul Sibiu — Roemenië) — Silvia Georgiana Câmpean/Administrația Finanțelor Publice a Municipiului Mediaș, thans Serviciul Fiscal Municipal Mediaş, Administrația Fondului pentru Mediu
(Zaak C-200/14) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Beginsel van loyale samenwerking - Gelijkwaardigheidsbeginsel en doeltreffendheidsbeginsel - Nationale voorschriften houdende regeling van de teruggaaf van ten onrechte geïnde belastingen met rente - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen betreffende dergelijke, aan het recht van de Unie ontleende rechten op teruggaaf - Teruggaaf gespreid over vijf jaar - Teruggaaf afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat met een belasting geld is geïnd - Geen mogelijkheid tot gedwongen tenuitvoerlegging))
(2016/C 335/03)
Procestaal: Roemeens
Verwijzende rechter
Tribunalul Sibiu
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Silvia Georgiana Câmpean
Verwerende partijen: Administrația Finanțelor Publice a Municipiului Mediaș, thans Serviciul Fiscal Municipal Mediaş, Administrația Fondului pentru Mediu
Dictum
Het beginsel van loyale samenwerking moet aldus worden uitgelegd dat het eraan in de weg staat dat een lidstaat bepalingen vaststelt die de teruggaaf van een belasting die in een arrest van het Hof in strijd met het recht van de Unie is verklaard of waarvan de onverenigbaarheid met dat recht uit een dergelijk arrest voortvloeit, afhankelijk stelt van voorwaarden die specifiek voor die belasting gelden en die minder gunstig zijn dan de bepalingen die anders op een dergelijk teruggaaf van toepassing zouden zijn geweest. Het is aan de verwijzende rechterlijke instantie om te verifiëren of dit beginsel in het onderhavige geval is geëerbiedigd.
Het gelijkwaardigheidsbeginsel moet aldus worden uitgelegd dat het eraan in de weg staat dat een lidstaat voor vorderingen tot teruggaaf van belasting die op schending van het Unierecht berusten, minder gunstige procedurebepalingen toepast dan de procedurebepalingen die gelden voor vergelijkbare, op schending van bepalingen van intern recht gebaseerde beroepen. Het is aan de verwijzende rechterlijke instantie, de noodzakelijke verificaties te verrichten om te waarborgen dat dat beginsel wordt geëerbiedigd met betrekking tot de regelgeving die op het bij hem aanhangige geschil toepasselijk is.
Het doeltreffendheidsbeginsel moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een stelsel van teruggaaf met rente van in strijd met het recht van de Unie geïnde belastingen waarvan het bedrag is vastgesteld in uitvoerbare rechterlijke beslissingen, zoals het stelsel in het hoofdgeding, dat bepaalt dat de teruggaaf van die belastingen wordt gespreid over een periode van vijf jaar en de uitvoering van dergelijke beslissingen afhankelijk stelt van de beschikbaarheid van uit de heffing van een andere belasting afkomstige middelen, zonder dat de justitiabele de overheidsorganen kan dwingen hun verplichtingen na te komen indien zij daaraan niet vrijwillig voldoen. Het is aan de verwijzende rechterlijke instantie om te verifiëren of een wettelijke regeling zoals die in het hoofdgeding toepasselijk zou zijn bij gebreke van een dergelijk teruggaafstelsel, aan het doeltreffendheidsbeginsel beantwoordt.
(1) PB C 235 van 21.7.2014.
Full & Egal Universal Law Academy