18.1.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 16/9
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 11 november 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Birmingham Employment Tribunal, Verenigd Koninkrijk) — Kathleen Greenfield/The Care Bureau Ltd
(Zaak C-219/14) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Sociale politiek - Kaderovereenkomst inzake deeltijdarbeid - Organisatie van de arbeidstijd - Richtlijn 2003/88/EG - Recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon - Berekening van het recht op vakantie in geval van verlenging van de arbeidstijd - Uitlegging van het pro rata temporis-beginsel))
(2016/C 016/09)
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
Birmingham Employment Tribunal
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Kathleen Greenfield
Verwerende partij: The Care Bureau Ltd
Dictum
1)
Clausule 4, punt 2, van de op 6 juni 1997 gesloten kaderovereenkomst inzake deeltijdarbeid, die is opgenomen in de bijlage bij richtlijn 97/81/EG van de Raad van 15 december 1997 betreffende de door de Unice, het CEEP en het EVV gesloten raamovereenkomst inzake deeltijdarbeid, zoals gewijzigd bij richtlijn 98/23/EG van de Raad van 7 april 1998, en artikel 7 van richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd moeten aldus worden uitgelegd dat de lidstaten bij een verhoging van het aantal door een werknemer gewerkte uren niet verplicht zijn om te bepalen dat het reeds verworven, en eventueel opgenomen, recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon met terugwerkende kracht opnieuw wordt berekend op basis van het nieuwe werkschema van die werknemer. Voor het tijdvak waarin de arbeidstijd is toegenomen, moet echter een nieuwe berekening worden gemaakt.
2)
Clausule 4, punt 2, van die kaderovereenkomst en artikel 7 van richtlijn 2003/88 moeten aldus worden uitgelegd dat het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon volgens dezelfde beginselen moet worden berekend, ongeacht of het gaat om de vaststelling van de vergoeding ter vervanging van niet-opgenomen jaarlijkse vakantie met behoud van loon die is verschuldigd in geval van beëindiging van het dienstverband, dan wel om de vaststelling van het resterende recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon in geval van behoud van het dienstverband.
(1) PB C 223 van 14.7.2014.
Full & Egal Universal Law Academy