3.11.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 363/15
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 9 september 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landesgericht Korneuburg — Oostenrijk) — Eleonore Prüller-Frey/Norbert Brodnig, Axa Versicherung AG
(Zaak C-240/14) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Aansprakelijkheid van de luchtvervoerders bij ongevallen - Schadevordering - Verdrag van Montreal - Verordening (EG) nr. 2027/97 - Vlucht die gratis door de eigenaar van een onroerend goed wordt uitgevoerd met als doel dit onroerend goed aan een mogelijke koper te tonen - Verordening (EG) nr. 864/2007 - In het nationale recht voorziene rechtstreekse vordering op de verzekeraar van de wettelijke aansprakelijkheid])
(2015/C 363/17)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Landesgericht Korneuburg
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Eleonore Prüller-Frey
Verwerende partijen: Norbert Brodnig, Axa Versicherung AG
Dictum
1)
Artikel 2, lid 1, onder a) en c), van verordening (EG) nr. 2027/97 van de Raad van 9 oktober 1997 betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders met betrekking tot het luchtvervoer van passagiers en hun bagage, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 889/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 13 mei 2002, en artikel 1, lid 1, van het in Montreal op 28 mei 1999 gesloten en in naam van de Europese Unie bij besluit 2001/539/EG van de Raad van 5 april 2001 goedgekeurde verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer moeten aldus worden uitgelegd dat zij eraan in de weg staan dat het verzoek om schadevergoeding van een persoon die, terwijl hij zich aan boord bevond van een luchtvaartuig met dezelfde start- en landingsplaats in een lidstaat en kosteloos werd vervoerd om, in het kader van een mogelijke onroerendgoedtransactie met de piloot van het luchtvaartuig, een onroerend goed vanuit de lucht te bezichtigen, fysiek letsel heeft opgelopen door het neerstorten van het luchtvaartuig, wordt behandeld op grond van artikel 17 van dat verdrag.
2)
Artikel 18 van verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen („Rome II”) moet aldus worden uitgelegd dat in een situatie zoals in het hoofdgeding degene die schade heeft geleden, op grond van dat artikel een rechtstreekse vordering kan instellen tegen de verzekeraar van de aansprakelijke persoon, indien het recht dat van toepassing is op de niet-contractuele verbintenis in een dergelijke vordering voorziet, ongeacht hetgeen is bepaald in het door de contractspartijen gekozen recht dat van toepassing is op de verzekeringsovereenkomst.
(1) PB C 261 van 11.8.2014.
Full & Egal Universal Law Academy