25.4.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 145/6
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 25 februari 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Symvoulio tis Epikrateias — Griekenland) — Elliniko Dimosio/Stefanos Stroumpoulis e.a.
(Zaak C-292/14) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Richtlijn 80/987/EEG - Onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever - Werkingssfeer - Onvervulde loonaanspraken van zeelieden die werken op een onder de vlag van een derde staat varend schip - Werkgever die zijn statutaire zetel in die derde staat heeft - Arbeidsovereenkomst waarop het recht van de derde staat van toepassing is - Faillietverklaring van de werkgever in de lidstaat waar hij zijn werkelijke zetel heeft - Artikel 1, lid 2 - Bijlage, punt II, A - Nationale wettelijke regeling die onvervulde loonaanspraken van zeelieden slechts waarborgt indien er sprake is van in het buitenland achtergelaten zeelieden - Niet dezelfde mate van bescherming als de door richtlijn 80/987 geboden bescherming))
(2016/C 145/06)
Procestaal: Grieks
Verwijzende rechter
Symvoulio tis Epikrateias
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Elliniko Dimosio
Verwerende partijen: Stefanos Stroumpoulis, Nikolaos Koumpanos, Panagiotis Renieris, Charalampos Renieris, Ioannis Zacharias, Dimitrios Lazarou en Apostolos Chatzisotiriou
Dictum
1)
Richtlijn 80/987/EEG van de Raad van 20 oktober 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever moet aldus worden uitgelegd dat, onverminderd de toepassing van artikel 1, lid 2, van die richtlijn, zeelieden die in een lidstaat wonen en aldaar door een vennootschap die haar statutaire zetel in een derde staat maar haar werkelijke zetel in die lidstaat heeft, zijn geworven om op een aan die vennootschap toebehorend en onder de vlag van die derde staat varend cruiseschip te werken op grond van een arbeidsovereenkomst die het recht van de derde staat als het toepasselijke recht aanwijst, aanspraak moeten kunnen maken op de bescherming die de richtlijn biedt ten aanzien van hun onvervulde loonaanspraken jegens de vennootschap wanneer een rechterlijke instantie van de betrokken lidstaat de vennootschap failliet heeft verklaard volgens het recht van de lidstaat.
2)
Artikel 1, lid 2, van richtlijn 80/987 moet aldus worden uitgelegd dat, ten aanzien van werknemers die in een situatie als verweerders in het hoofdgeding verkeren, een bescherming als die waarin artikel 29 van wet 1220/1981 tot aanvulling en wijziging van de wettelijke regeling met betrekking tot het beheersorgaan voor de haven van Piraeus voorziet voor in het buitenland achtergelaten zeelieden, niet „eenzelfde mate van bescherming [biedt] als [de] richtlijn” in de zin van die bepaling.
(1) PB C 282 van 25.8.2014.
Full & Egal Universal Law Academy