7.12.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 406/10
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 15 oktober 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Helsingin hovioikeus — Finland) — Nike European Operations Netherlands BV/Sportland Oy, in liquidatie
(Zaak C-310/14) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Verordening (EG) nr. 1346/2000 - Artikelen 4 en 13 - Insolventieprocedure - Nadelige rechtshandelingen - Vordering tot teruggave van betalingen die zijn verricht vóór het tijdstip waarop de insolventieprocedure is geopend - Recht van de lidstaat waar de insolventieprocedure wordt geopend - Recht van een andere lidstaat dat de betrokken handeling beheerst - Recht dat „in het gegeven geval niet voorziet in de mogelijkheid om die handeling te bestrijden” - Bewijslast])
(2015/C 406/10)
Procestaal: Fins
Verwijzende rechter
Helsingin hovioikeus
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Nike European Operations Netherlands BV
Verwerende partij: Sportland Oy, in liquidatie
Dictum
1)
Artikel 13 van verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures moet aldus worden uitgelegd dat de toepassing ervan is onderworpen aan de voorwaarde dat de betrokken handeling niet kan worden bestreden op grond van het recht dat op deze handeling van toepassing is (lex causae), gelet op alle omstandigheden van het geval.
2)
Voor de toepassing van artikel 13 van verordening nr. 1346/2000 en ingeval degene die verweer voert tegen een vordering tot nietigheid, vernietiging of niet-tegenwerpbaarheid van een handeling, een bepaling van het recht dat op deze handeling van toepassing is (lex causae) aanvoert op grond waarvan deze handeling slechts kan worden bestreden onder de in deze bepaling vastgestelde omstandigheden, is het aan deze verweerder om aan te voeren dat van deze omstandigheden geen sprake is en hiervoor het bewijs te leveren.
3)
Artikel 13 van verordening nr. 1346/2000 moet aldus worden uitgelegd dat met de bewoordingen „niet voorziet in de mogelijkheid om die handeling te bestrijden”, naast de geldende insolventiebepalingen van het recht dat op deze handeling van toepassing is (lex causae), ook alle bepalingen en algemene beginselen van dit recht worden bedoeld.
4)
Artikel 13 van verordening nr. 1346/2000 moet aldus worden uitgelegd dat degene tegen wie een vordering tot nietigheid, vernietiging of niet-tegenwerpbaarheid van een handeling is ingesteld, moet aantonen dat deze handeling niet kan worden bestreden op basis van het recht dat op deze handeling van toepassing is (lex causae) in zijn geheel. De nationale rechterlijke instantie bij wie een dergelijke vordering is ingesteld, mag de bewijslast voor het bestaan van een bepaling of een beginsel van dit recht op grond waarvan de handeling kan worden bestreden alleen bij de verzoeker leggen, indien zij van oordeel is dat de verweerder in eerste instantie, gelet op de regels die normaliter van toepassing zijn in zijn nationale procesrecht, daadwerkelijk heeft aangetoond dat de betrokken handeling niet kan worden bestreden op grond van ditzelfde recht.
(1) PB C 292 van 1.9.2014.
Full & Egal Universal Law Academy