22.2.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 68/10
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 17 december 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Gyulai Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság — Hongarije) — Gergely Szemerey/Miniszterelnökséget vezető miniszter, rechtsopvolger van het Mezőgazdasági és Vidékfejlesztési Hivatal Központi Szerve
(Zaak C-330/14) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Maatregelen voor plattelandsontwikkeling - Agromilieubetalingen - Verordening (EG) nr. 1122/2009 - Artikelen 23 en 58 - Verordening (EG) nr. 1698/2005 - Verordening (EG) nr. 1975/2006 - Steun voor de teelt van een zeldzame gewassoort - Betalingsaanvraag - Inhoud - Vereiste van verklaring - Sancties in geval van niet-overlegging])
(2016/C 068/13)
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Gyulai Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Gergely Szemerey
Verwerende partij: Miniszterelnökséget vezető miniszter, rechtsopvolger van het Mezőgazdasági és Vidékfejlesztési Hivatal Központi Szerve
Dictum
1)
Artikel 23 van verordening (EG) nr. 1122/2009 van de Commissie van 30 november 2009 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad wat betreft de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem in het kader van de bij die verordening ingestelde regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers en ter uitvoering van verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat betreft de randvoorwaarden in het kader van de steunregeling voor de wijnsector, gelezen in samenhang met verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (Elfpo), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 473/2009 van de Raad van 25 mei 2009, en verordening (EG) nr. 1975/2006 van de Commissie van 7 december 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 1698/2005 met betrekking tot de toepassing van controleprocedures en van de randvoorwaarden in het kader van de steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 484/2009 van de Commissie van 9 juni 2009, moet aldus worden uitgelegd dat het niet eraan in de weg staat dat een nationale regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, verlangt dat de aanvrager van agromilieusteun aan het betaalorgaan bij de indiening van zijn steunaanvraag een verklaring met betrekking tot de zeldzame gewassoort overlegt, op grond waarvan hij recht heeft op betaling van die steun, mits die regeling de betrokken ondernemers in staat heeft gesteld onder redelijke voorwaarden te voldoen aan de daarin gestelde eisen, hetgeen ter beoordeling van de verwijzende rechter staat.
2)
Artikel 58, derde alinea, van verordening nr. 1122/2009 moet aldus worden uitgelegd dat de in die bepaling vastgestelde sanctie niet van toepassing is op de aanvrager van agromilieusteun die verzuimt om bij zijn steunaanvraag een document zoals de in het hoofdgeding aan de orde zijnde verklaring te voegen, op grond waarvan hij recht heeft op betaling van die steun. Artikel 23, lid 1, derde alinea, van die verordening moet aldus worden uitgelegd dat een dergelijk verzuim in beginsel resulteert in afwijzing van de aanvraag voor agromilieusteun.
(1) PB C 303 van 8.9.2014.
Full & Egal Universal Law Academy