14.3.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 98/7
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 21 januari 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour d'appel de Mons — België) — Les Jardins de Jouvence SCRL/Belgische Staat
(Zaak C-335/14) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Fiscale bepalingen - Belasting over de toegevoegde waarde - Zesde btw-richtlijn - Vrijstellingen - Artikel 13, A, lid 1, onder g) - Vrijstelling van diensten die nauw samenhangen met maatschappelijk werk en met de sociale zekerheid, verricht door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die zijn erkend als instellingen van sociale aard - Begrip „diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met maatschappelijk werk en met de sociale zekerheid” - Organisaties die als instellingen van sociale aard zijn erkend - Assistentiewoning])
(2016/C 098/08)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Cour d'appel de Mons
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Les Jardins de Jouvence SCRL
Verwerende partij: Belgische Staat
In tegenwoordigheid van: AXA Belgium SA
Dictum
Artikel 13, A, lid 1, onder g), van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, moet aldus worden uitgelegd dat met betrekking tot de prestaties die worden verricht door een assistentiewoning, zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding, waarbij het aan de verwijzende rechterlijke instantie staat om met name op basis van de in het onderhavige arrest vermelde gegevens te beoordelen of deze organisatie van sociale aard is, de diensten waarbij voor bejaarden aangepaste woonruimten ter beschikking worden gesteld, in aanmerking komen voor de vrijstelling waarin die bepaling voorziet. Voor de andere door deze assistentiewoning verstrekte diensten kan eveneens aanspraak worden gemaakt op deze vrijstelling, in het bijzonder ingeval deze diensten, die de assistentiewoningen volgens de relevante nationale wettelijke regeling gehouden zijn aan te bieden, strekken tot bejaardenzorg en -bijstand en overeenkomen met die welke ook de bejaardentehuizen overeenkomstig de betrokken nationale wettelijke regeling moeten aanbieden.
Het is dienaangaande irrelevant dat de exploitant van een assistentiewoning, zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding, subsidie of enig ander voordeel of financiële steun van de overheid ontvangt.
(1) PB C 339 van 29.9.2014.
Full & Egal Universal Law Academy