31.10.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 402/3
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 8 september 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Debreceni Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság — Hongarije) — Schenker Nemzetközi Szállítmányozási és Logisztikai Kft./Nemzeti Adó- és Vámhivatal Észak-alföldi Regionális Vám- és Pénzügyőri Főigazgatósága
(Zaak C-409/14) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Gemeenschappelijk douanetarief - Gecombineerde nomenclatuur - Indeling van goederen - Uitlegging van een onderverdeling van de gecombineerde nomenclatuur - Richtlijn 2008/118/EG - Invoer van accijnsgoederen - Douaneschorsingsregeling - Gevolgen van een douaneaangifte met vermelding van een onjuiste onderverdeling van de gecombineerde nomenclatuur - Onregelmatigheden tijdens de overbrenging van accijnsgoederen))
(2016/C 402/03)
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Debreceni Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Schenker Nemzetközi Szállítmányozási és Logisztikai Kft.
Verwerende partij: Nemzeti Adó- és Vámhivatal Észak-alföldi Regionális Vám- és Pénzügyőri Főigazgatósága
Dictum
1)
Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EU) nr. 861/2010 van de Commissie van 5 oktober 2010, moet aldus worden uitgelegd dat goederen zoals die in het hoofdgeding, bestaande uit rooktabak, ondanks de aanwezigheid van tabaksafval niet vallen onder post 2401 van de gecombineerde nomenclatuur in bijlage I bij verordening nr. 2658/87, zoals gewijzigd bij verordening nr. 861/2010, aangezien dat afval niet afdoet aan de bestemming van het betrokken product. Dergelijke goederen kunnen evenwel vallen onder post 2403 van die nomenclatuur, en meer in het bijzonder onderverdeling 2403 10 90 van genoemde nomenclatuur, wanneer deze in bulk zijn verpakt en zijn samengeperst in met plastic gevoerde dozen met een nettogewicht van 30 kg.
2)
Het begrip „douaneschorsingsregeling” in artikel 4, punt 6, van richtlijn 2008/118 van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van richtlijn 92/12/EEG, moet aldus worden uitgelegd dat goederen onder de douaneschorsingsregeling kunnen worden geplaatst wanneer de begeleidende documenten het juiste hoofdstuk vermelden van het gemeenschappelijk douanetarief waaronder die goederen vallen, maar niet de juiste specifieke onderverdeling. In een dergelijk geval moeten artikel 2, onder b), en artikel 4, punt 8, van richtlijn 2008/118 aldus worden uitgelegd dat die goederen dan niet zijn ingevoerd en niet zijn onderworpen aan accijns.
3)
Het begrip „onregelmatigheid” in de zin van artikel 38 van richtlijn 2008/118 moet in een situatie als die in het hoofdgeding aldus worden uitgelegd dat dit begrip niet mede ziet op goederen die onder een „douaneschorsingsregeling” zijn geplaatst en die vergezeld gaan van een document met vermelding van een onjuiste tariefindeling.
(1) PB C 439 van 8.12.2014.
Full & Egal Universal Law Academy