13.6.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 211/12
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 19 april 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Højesteret — Denemarken) — Dansk Industri (DI), als lasthebber van Ajos A/S/Nalatenschap van Karsten Eigil Rasmussen
(Zaak C-441/14) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Sociale politiek - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Richtlijn 2000/78/EG - Verbod van discriminatie op grond van leeftijd - Nationale regeling die in strijd is met een richtlijn - Mogelijkheid voor een particulier de Staat aansprakelijk te stellen wegens schending van het Unierecht - Geschil tussen particulieren - Afweging van verschillende rechten en beginselen - Rechtszekerheidsbeginsel en beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen - Rol van de nationale rechter))
(2016/C 211/13)
Procestaal: Deens
Verwijzende rechter
Højesteret
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Dansk Industri (DI), als lasthebber van Ajos A/S
Verwerende partij: Nalatenschap van Karsten Eigil Rasmussen
Dictum
1)
Het algemene verbod van discriminatie op grond van leeftijd, zoals dat concreet gestalte heeft gekregen in richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep, moet aldus worden uitgelegd dat het zich, ook in een geschil tussen particulieren, verzet tegen een nationale regeling als aan de orde in het hoofdgeding, volgens welke een werknemer geen recht op een ontslagvergoeding heeft wanneer hij recht heeft op een door de werkgever betaald ouderdomspensioen op grond van een pensioenregeling waartoe hij voor het bereiken van zijn vijftigste levensjaar is toegetreden, ongeacht of de werknemer ervoor opteert op de arbeidsmarkt te blijven dan wel met pensioen te gaan.
2)
Het Unierecht moet aldus worden uitgelegd dat een nationale rechterlijke instantie die uitspraak dient te doen in een binnen de werkingssfeer van richtlijn 2000/78 vallend geding tussen particulieren, bij de toepassing van de bepalingen van haar nationaal recht die bepalingen in overeenstemming met die richtlijn dient uit te leggen, of, wanneer een dergelijke richtlijnconforme uitlegging onmogelijk blijkt te zijn, elke met het algemene verbod van discriminatie op grond van leeftijd strijdige bepaling van dat nationale recht, zo nodig, buiten toepassing dient te laten. Aan deze verplichting kan niet worden afgedaan door het rechtszekerheidsbeginsel en het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen en evenmin door het feit dat de particulier die meent schade te hebben geleden door de toepassing van een met het Unierecht strijdige nationale bepaling, de mogelijkheid heeft om de betrokken lidstaat aansprakelijk te stellen wegens schending van het Unierecht.
(1) PB C 421 van 24.11.2014.
Full & Egal Universal Law Academy