2.5.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 156/11
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 17 maart 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Högsta domstolen — Zweden) — Canadian Oil Company Sweden AB, Anders Rantén/Riksåklagaren
(Zaak C-472/14) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Registratie, beoordeling en autorisatie van chemische stoffen - Verordening (EG) nr. 1907/2006 (REACH-verordening) - Omvang van het geharmoniseerde gebied - Registratie van de stoffen bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen vóór het in de handel brengen - Artikel 5 - Nationale register voor chemische stoffen - Aangifteplicht met het oog op registratie - Verenigbaarheid met de REACH-verordening - Artikelen 34 VWEU en 36 VWEU - Kwantitatieve invoerbeperking])
(2016/C 156/14)
Procestaal: Zweeds
Verwijzende rechter
Högsta domstolen
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Canadian Oil Company Sweden AB, Anders Rantén
Verwerende partij: Riksåklagaren
Dictum
1)
Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie, in de versie van verordening (EG) nr. 552/2009 van de Commissie van 22 juni 2009, dient aldus te worden uitgelegd dat zij niet in de weg staat aan een nationale regeling die een importeur van chemische stoffen verplicht die stoffen bij een bevoegde nationale instantie te registreren, terwijl die importeur krachtens die verordening reeds verplicht is die stoffen bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen te registreren, op voorwaarde dat die registratie bij de bevoegde nationale instantie geen voorafgaande vereiste vormt voor het in de handel brengen van deze, op informatie ziet die verschillend is van de door deze verordening vereiste informatie en bijdraagt tot het bereiken van de door deze verordening nagestreefde doelstellingen, inzonderheid het waarborgen van een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu en het vrije verkeer van dergelijke stoffen op de interne markt, met name door de invoering van een systeem van controles van het veilige beheer van dergelijke stoffen in de betrokken lidstaat en door de beoordeling van dat beheer, hetgeen aan de nationale rechter toekomt na te gaan.
2)
De bepalingen van artikel 34 VWEU, gelezen in samenhang met die van artikel 36 VWEU, moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet in de weg staan aan de aangifte en registratieplicht voor chemische stoffen, zoals voorzien in de in het hoofdgeding aan de orde zijnde nationale regeling.
(1) PB C 448 van 15.12.2014
Full & Egal Universal Law Academy