28.8.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 283/2
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 28 juni 2017 — Europese Commissie/Bondsrepubliek Duitsland
(Zaak C-482/14) (1)
((Niet-nakoming - Ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap - Richtlijn 91/440/EEG - Artikel 6, lid 1 - Groep Deutsche Bahn - Winstoverdrachtsovereenkomsten - Verbod van overdracht naar de spoorvervoersdiensten van overheidssteun die voor de exploitatie van de spoorweginfrastructuur is toegekend - Boekhoudverplichtingen - Richtlijn 91/440/EEG - Artikel 9, lid 4 - Verordening (EG) nr. 1370/2007 - Artikel 6, lid 1 - Punt 5 van de bijlage - Boekhoudverplichtingen - Vermelding per elk afzonderlijk contract van de overheidsmiddelen die zijn verstrekt voor activiteiten die betrekking hebben op het verrichten van reizigersvervoersdiensten in het kader van een opdracht van openbare dienst))
(2017/C 283/02)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: W. Mölls, T. Maxian Rusche en J. Hottiaux, gemachtigden)
Verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers: T. Henze en J. Möller, gemachtigden, R. Van der Hout, advocaat)
Interveniënten aan de zijde van verwerende partij: Italiaanse Republiek (vertegenwoordigers: G. Palmieri, gemachtigde, bijgestaan door S. Fiorentino, avvocato dello Stato), Republiek Letland (vertegenwoordigers: I. Kucina, J. Treijs-Gigulis en I. Kalniņš, gemachtigden)
Dictum
1)
Door niet alle maatregelen te hebben genomen die noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat de boekhoudingen zodanig worden gevoerd dat toezicht kan worden gehouden op het verbod van de overdracht naar vervoersdiensten van overheidsmiddelen die voor de exploitatie van de spoorweginfrastructuur worden toegekend, is de Bondsrepubliek Duitsland de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 6, lid 1, van richtlijn 91/440/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap, zoals gewijzigd bij richtlijn 2001/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2001.
2)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
3)
De Europese Commissie, de Bondsrepubliek Duitsland, de Italiaanse Republiek en de Republiek Letland zullen hun eigen kosten dragen.
(1) PB C 16 van 19.6.2015.
Full & Egal Universal Law Academy