7.12.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 406/12
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 15 oktober 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal de première instance te Brussel — België) — Europese Unie/Axa Belgium SA
(Zaak C-494/14) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Ambtenaren - Ambtenarenstatuut - Artikelen 73, 78 en 85bis - Verkeersongeval - Nationaal recht waarbij een regeling van objectieve aansprakelijkheid is ingevoerd - Subrogatie van de Europese Unie - Begrip „aansprakelijke derde” - Autonoom begrip van Unierecht - Begrip dat betrekking heeft op elke persoon die krachtens nationaal recht verplicht is om de door het slachtoffer of diens rechtverkrijgenden geleden schade te vergoeden - Uitkeringen die niet definitief voor rekening van de Unie komen))
(2015/C 406/12)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Tribunal de première instance te Brussel
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Europese Unie
Verwerende partij: Axa Belgium SA
Dictum
1)
Het begrip „aansprakelijke derde” in artikel 85bis, lid 1, van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen, dat is vastgesteld bij verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen, alsmede van bijzondere maatregelen welke tijdelijk op de ambtenaren van de Commissie van toepassing zijn, zoals gewijzigd bij verordening (EG, EGKS, Euratom) nr. 781/98 van de Raad van 7 april 1998, moet binnen de rechtsorde van de Unie autonoom en uniform worden uitgelegd.
2)
Het begrip „aansprakelijke derde” in artikel 85bis, lid 1, van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen, dat is vastgesteld bij verordening nr. 259/68, zoals gewijzigd bij verordening nr. 781/98, ziet op elke persoon, met inbegrip van de verzekeraar, die naar nationaal recht verplicht is om de door het slachtoffer of diens rechtverkrijgenden geleden schade te vergoeden.
3)
Het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen, dat is vastgesteld bij verordening nr. 259/68, zoals gewijzigd bij verordening nr. 781/98, kan niet aldus worden uitgelegd dat, in het kader van een rechtstreekse vordering krachtens artikel 85bis, lid 4, van dat Statuut, de uitkeringen die de Unie verplicht is te betalen uit hoofde van, enerzijds, artikel 73 van dat Statuut, dat beoogt de risico’s van ziekte en ongevallen te dekken, en, anderzijds, artikel 78, van datzelfde Statuut, dat betrekking heeft op de betaling van een invaliditeitspensioen, definitief voor haar rekening moeten blijven.
(1) PB C 34 van 2.2.2015.
Full & Egal Universal Law Academy