2.5.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 156/12
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 10 maart 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Hof van Cassatie — België) — VAD BVBA, Johannes Josephus Maria van Aert/Belgische Staat
(Zaak C-499/14) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Douane-unie en gemeenschappelijk douanetarief - Tariefindeling - Gecombineerde nomenclatuur - Interpretatie - Algemene regels - Regel 3 b) - Begrip „goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein” - Afzonderlijke verpakkingen])
(2016/C 156/15)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hof van Cassatie
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: VAD BVBA, Johannes Josephus Maria van Aert
Verwerende partij: Belgische Staat
Dictum
Regel 3 b) van de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, in de versie van verordening (EG) nr. 1214/2007 van de Commissie van 20 september 2007, moet aldus worden uitgelegd dat goederen als die welke in het hoofdgeding aan de orde zijn, die in afzonderlijke verpakkingen ter inklaring worden aangeboden en pas daarna samen worden verpakt, niettemin kunnen worden aangemerkt als „goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein” in de zin van deze regel, en bijgevolg onder een en dezelfde tariefpost kunnen vallen, wanneer — rekening houdend met andere objectieve factoren — vaststaat dat deze goederen bij elkaar horen en bestemd zijn om in de kleinhandel als één geheel te worden verkocht. Het staat aan de nationale rechter om dit na te gaan.
(1) PB C 26 van 26.1.2015.
Full & Egal Universal Law Academy