20.2.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 53/2
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 21 december 2016 — Europese Commissie/Portugese Republiek
(Zaak C-503/14) (1)
((Niet-nakoming - Artikelen 21, 45 en 49 VWEU - Artikelen 28 en 31 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte - Vrij verkeer van personen - Vrij verkeer van werknemers - Vrijheid van vestiging - Belastingheffing bij natuurlijke personen over de uit een aandelenruil resulterende meerwaarde - Belastingheffing bij natuurlijke personen over de meerwaarde die resulteert uit een overdracht van het gehele vermogen dat is verbonden met de uitoefening van een bedrijfs- of beroepsactiviteit - Exitheffing bij particulieren - Onmiddellijke invordering van de belasting - Verschil in behandeling tussen natuurlijke personen die aandelen ruilen en op het nationale grondgebied blijven wonen, en natuurlijke personen die een dergelijke ruil uitvoeren en verhuizen naar het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte - Verschil in behandeling tussen natuurlijke personen die het gehele vermogen dat met een op individuele basis uitgeoefende activiteit is verbonden, overdragen aan een vennootschap die haar statutaire en werkelijke zetel op Portugees grondgebied heeft, en natuurlijke personen die een dergelijke overdracht uitvoeren aan een vennootschap die haar statutaire of werkelijke zetel op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte heeft - Evenredigheid))
(2017/C 053/02)
Procestaal: Portugees
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: G. Braga da Cruz en W. Roels, gemachtigden)
Verwerende partij: Portugese Republiek (vertegenwoordigers: L. Inez Fernandes, M. Rebelo en J. Martins da Silva, gemachtigden)
Interveniënte aan de zijde van de verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers:T. Henze en K. Petersen, gemachtigden)
Dictum
1)
De Portugese Republiek is de verplichtingen die op haar rusten krachtens de artikelen 21, 45 en 49 VWEU en de artikelen 28 en 31 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992 niet nagekomen door artikel 10, lid 9, onder a), van de Código do Imposto sobre o Rendimento das Pessoas Singulares (Portugese wet inkomstenbelasting natuurlijke personen) aan te nemen en te handhaven, op grond waarvan in geval van een belastingplichtige die de hoedanigheid van Portugees ingezetene verliest, voor de belastingheffing over het jaar waarin hij het Portugese grondgebied heeft verlaten, als meerwaarde moet worden meegerekend het bedrag dat ingevolge artikel 10, lid 8, van die wet ten tijde van de aandelenruil niet is belast.
2)
De Portugese Republiek is de verplichtingen die op haar rusten krachtens artikel 49 VWEU en artikel 31 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte niet nagekomen door artikel 38, lid 1, onder a), van de genoemde wet aan te nemen en te handhaven, op grond waarvan het in die bepaling vervatte belastinguitstel is voorbehouden aan natuurlijke personen die het gehele vermogen dat met een op individuele basis uitgeoefende bedrijfs- of beroepsactiviteit is verbonden, overdragen aan een vennootschap die haar statutaire en werkelijke zetel op het Portugese grondgebied heeft.
3)
De Portugese Republiek draagt naast haar eigen kosten ook die van de Europese Commissie.
4)
De Bondsrepubliek Duitsland draagt haar eigen kosten.
(1) PB C 16 van 19.1.2015.
Full & Egal Universal Law Academy