23.11.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 389/11
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 6 oktober 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Nejvyšší správní soud — Tsjechië) — Český telekomunikační úřad/T-Mobile Czech Republic a.s., Vodafone Czech Republic a.s.
(Zaak C-508/14) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Richtlijn 2002/22/EG (Universeledienstrichtlijn) - Berekening van de kosten van de universeledienstverplichtingen - Rekening houden met het rendement op eigen kapitaal - Rechtstreekse werking - Toepassing in de tijd])
(2015/C 389/13)
Procestaal: Tsjechisch
Verwijzende rechter
Nejvyšší správní soud
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Český telekomunikační úřad
Verwerende partijen: T-Mobile Czech Republic a.s., Vodafone Czech Republic a.s.
in tegenwoordigheid van: O2 Czech Republic a.s., voorheen Telefónica Czech Republic a.s., UPC Česká republika s.r.o.
Dictum
1)
De artikelen 12 en 13 van richtlijn 2002/22 van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronischecommunicatienetwerken en -diensten (Universeledienstrichtlijn), moeten aldus worden uitgelegd dat zij er niet aan in de weg staan dat de nettokosten van de universeledienstverplichting de „redelijke winst” van de aanbieder van die dienst omvatten die bestaat uit een rendement op eigen kapitaal dat zou worden verlangd door een met de aanbieder van de universele dienst vergelijkbare onderneming die afweegt of zij de dienst van algemeen economisch belang al dan niet moet verrichten gedurende de hele periode waarvoor zij met het beheer van die dienst zou worden belast, rekening houdende met de omvang van het risico.
2)
De artikelen 12 en 13 van richtlijn 2002/22 moeten aldus worden uitgelegd dat zij rechtstreekse werking hebben en dat particulieren zich daarop bij een nationale rechter rechtstreeks kunnen beroepen om op te komen tegen een besluit van een nationale regelgevende instantie.
3)
Richtlijn 2002/22 moet aldus worden uitgelegd dat zij niet van toepassing is op de vaststelling van de nettokosten van de universeledienstverplichtingen van de aangewezen onderneming gedurende de periode voorafgaand aan de toetreding van Tsjechië tot de Europese Unie, te weten, voor het jaar 2004, gedurende de periode van 1 januari tot en met 30 april 2004.
(1) PB C 56 van 16.2.2015.
Full & Egal Universal Law Academy