9.1.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 6/6
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 8 november 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sofiyski gradski sad — Bulgarije) — Strafzaak tegen Atanas Ognyanov
(Zaak C-554/14) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Justitiële samenwerking in strafzaken - Kaderbesluit 2008/909/JBZ - Artikel 17 - Het op de tenuitvoerlegging van een sanctie toepasselijke recht - Uitlegging van een nationale regel van de tenuitvoerleggingsstaat die voorziet in strafverkorting wegens de arbeid die de gevonniste persoon tijdens zijn detentie in de beslissingsstaat heeft verricht - Rechtsgevolgen van kaderbesluiten - Verplichting tot conforme uitlegging))
(2017/C 006/07)
Procestaal: Bulgaars
Verwijzende rechter
Sofiyski gradski sad
Partij in de strafzaak
Atanas Ognyanov
in tegenwoordigheid van: Sofiyska gradska prokuratura
Dictum
1)
Artikel 17, leden 1 en 2, van kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen waarbij vrijheidsstraffen of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen zijn opgelegd, met het oog op de tenuitvoerlegging ervan in de Europese Unie, zoals gewijzigd bij kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van 26 februari 2009, moet aldus worden uitgelegd dat dit artikel in de weg staat aan een nationale regel die zodanig wordt uitgelegd dat de tenuitvoerleggingsstaat op grond hiervan bevoegd is om de gevonniste persoon een strafverkorting toe te kennen wegens de arbeid die hij tijdens zijn detentie in de beslissingsstaat heeft verricht, terwijl de bevoegde autoriteiten van laatstgenoemde staat overeenkomstig het recht van die staat niet een dergelijke strafverkorting hebben toegekend.
2)
Het Unierecht moet aldus worden uitgelegd dat een nationale rechter de regels van het nationale recht in hun geheel moet bezien en zoveel mogelijk overeenkomstig kaderbesluit 2008/909, zoals gewijzigd bij kaderbesluit 2009/299, moet uitleggen teneinde het daarmee beoogde resultaat te bereiken, waarbij hij zo nodig, op eigen gezag, de uitlegging van de in laatste aanleg oordelende nationale rechter buiten toepassing moet laten wanneer die uitlegging niet verenigbaar is met het Unierecht.
(1) PB C 73 van 2.3.2015.
Full & Egal Universal Law Academy